NL / DE / EN
  • Nederlands
  • Deutsch
  • English
Main Menu
Home
Who are we?
Preparations
North America
Central America
South America
South America 2010
South America 2013
Home again!
Sold: Land Rover
Photobook
Guestbook
Contact us
Links
Visitor counter

Random picture
Sunday, 27 September 2020
Home arrow South America 2013 arrow Peru deel 3
Peru deel 3 PDF Print E-mail

Reis door Peru, deel 3

Vrijdag 20 december

’s Nachts gaat het onweren en regenen. We staan vroeg op, de zon schijnt weer en we vertrekken om 8.15 uur richting Ollantaytambo, waar we op de trein moeten stappen naar Machu Picchu. Na een klein half uurtje komen we daar aan. Ton had veel drukte verwacht maar dat valt mee. We parkeren de auto’s bij een bewaakt parkeerterrein. De man loopt langs de auto’s, inspecteert of alle ramen en deuren dicht zijn en dan lopen we richting station. We drinken nog ergens koffie en genieten van het komen en gaan van mensen. Veel lokalen lopen rond met bloemen, groenten en fruit. Ook zijn er allerlei stalletjes, waar veel goedbedoelde rotzooi te koop is. We wachten zo, mensen kijkend, tot het tijd is om naar de trein te gaan. Om tien uur moeten we ons melden bij het loket van de trein, moeten ons paspoort laten zien (de tickets staan op naam) en als de trein aankomt kunnen we instappen. Het is een luxe trein met gereserveerde plaatsen. Dan vertrekken we om 10.30 uur richting Machu Picchu. De rit gaat heel langzaam, we zitten anderhalf uur in de trein voor 43 km. Onderweg krijgen we wat te drinken en een snack. De snack bestaat uit wat fruit (watermeloen, meloen en cactusfruit), 3 kleine pannenkoekjes waar wat cranberrysap overheen gegoten wordt en een warm hapje van twee laagjes deeg met daartussen lekker klaargemaakte spinazie. Naast ons zitten 2 jongelui uit Florida. We komen om 12 uur aan op het station van Machu Picchu (Aguas Calientes). Daar moeten we kaartjes kopen voor de bus die ons naar boven zal brengen en toegangskaartjes voor Machu Picchu. Ook daar moeten we weer ons paspoort laten zien. Dan op zoek naar de bus. Om 11.30 vertrekken we voor een busrit van een klein half uur langs de berghelling omhoog. Daar komen de jongelui uit Florida naar ons toe en vragen of we gezamenlijk een gids zullen nemen. We gaan akkoord en lopen met de gids door het oude Incadorp. Het dorp is in de 15de eeuw gebouwd op de top van een steile helling. Doordat er een ziekte, waarschijnlijk een virusziekte, is het dorp al tijdens de bouw door de Inca’s verlaten. Ze dachten dat door deze ziekte de goden lieten weten dat deze plek niet goed was. Daarna is het dorp overwoekert door de jungle en is het zodoende niet door de Spanjaarden ontdekt en vernield. In 1911 is de stad ontdekt door de Amerikaanse historicus Hiram Bingham. Hij heeft toen het initiatief genomen om het dorp van de jungle te ontdoen. Nu wordt het dorp jaarlijks door duizenden mensen bezocht. Gelukkig is het vandaag niet erg druk. Overigens is de toegang met trein en bus niet goedkoop, voor minder dan USD 200 kom je er niet. We worden rondgeleid door de ruïnes en ons wordt verteld hoe de mensen er leefden. We komen een hoek om en zien het hele complex liggen. We hebben er plaatjes van gezien, maar de realiteit is bijzonder indrukwekkend. Er zijn terrassen waar de mensen groenten verbouwden en vee hielden. De tempels zijn gemaakt van enorme blokken steen, die perfect aansluiten. Halverwege de wandeling gaat het regenen. Gelukkig zijn we er op voorbereid, dus regenjassen, paraplu’s en regenponcho’s worden tevoorschijn gehaald en gaan we gewoon door. Hopelijk geven de foto’s een indruk van Machu Picchu. Om 15 uur verzamelen we weer voor de busrit naar beneden. De trein staat klaar als we beneden aankomen en vertrekken om 16.22 uur. We komen om 18 uur aan in Ollantaytambo, pikken de auto op en rijden richting camping. Gelukkig is het weer droog. We willen nog ergens een hapje eten. Gisteren, toen de anderen boodschappen gingen doen, hadden ze een leuke eettent gezien, dus daar willen we naartoe. Het is net voorbij de camping. Inmiddels is het donker geworden. Het is lastig rijden, want er rijden onverlichte tuktuks op de weg, koeien, honden en mensen met kinderen. Tegenliggers gebruiken groot licht zodat het zicht erg slecht is. Als we bij het restaurant komen kunnen we daar niet eten want ze vieren kerstfeest met het personeel. We worden doorverwezen naar een ander restaurant dat we niet kunnen vinden. Uiteindelijk draaien we maar om en rijden terug naar de camping. Daar beginnen we met een glaasje wijn en eten daarna aspergesoep met crackers. Het regent weer, maar we zitten lekker droog in de serre, die we, dankzij gebrek aan andere kampeerders, ons toegeëigend hebben. Dan lekker slapen. Rikketik op het dak.

Zaterdag 21 december

We slapen uit tot 7 uur. Iedereen gaat lekker op z’n gemak douchen. Daarna ontbijt. Charles, Riet, Liesbeth, Gerrit Jan en Ton gaan een wandeling maken naar een zoutwinningsgebied, de salineras de Maras. Ik blijf thuis. Ik ruim de auto op en begin weer aan de website. Ik spot de kolibrie die de anderen ook al gezien hadden en slaag erin een foto te maken. Na ca. 2 uur komen de anderen terug. De zoutwinning ligt nu stil. Er wordt alleen in de droge tijd, de winter, gewerkt. Wel was het leuk om de zoutpannen te zien met de mooie aardekleuren en het wit van het zout. Liesbeth, Gerrit Jan, Riet en Charles gaan boodschappen doen, Ton en ik zoeken de foto’s uit voor de website Peru deel 2. Als de anderen terugkomen van boodschappen doen genieten we van een luxe lunch, ze hebben allerlei lekkere dingen meegenomen o.a. een fles witte wijn voor bij de lunch. Verder vers brood, tomaten en komkommer. Verder eten we er wat van de ansjovis bij die we als noodrantsoen hebben gekocht in Cochabamba. Na de lunch begint het weer te regenen. Charles, Gerrit Jan en Liesbeth gaan dan naar een kinderhuis kijken in de stad. Liesbeth kent iemand die dat kinderhuis sponsort. Het kinderhuis, Arco Iris, is opgezet door een Nederlandse vrouw. Ton gaat in de serre zitten lezen en Riet en ik trekken ons terug in de auto om in alle rust te kunnen lezen. Bovendien is het in de auto wat warmer dan in de serre. Als Gerrit Jan, Liesbeth en Charles terug zijn, het tehuis was gesloten, maakt Liesbeth een heerlijke fruitsalade van de meegebrachte vruchten. ’s Avonds eten we soep met wat brood en daarna hebben we overleg over de te rijden route van morgen. Gerrit Jan, Liesbeth, Charles en Riet vinden het leuk om naar Cuzco te gaan, maar dat zit niet in de planning. Maar na goed gekeken te hebben naar de route en uitgerekend te hebben hoeveel kilometers er gemaakt moeten worden om het hele schema niet in de war te schoppen, besluiten we unaniem dat het wel kan. Dan lekker slapen terwijl de regen op het dak tikt.

Zondag 22 december

Om 7.15 uur rijden we weg van de camping. Het heeft even wat voeten in aarde omdat Mango, de campinghond, ontsnapt, maar Charles weet hem al snel te vangen en Gerrit Jan neemt hem bij kop en kont en brengt hem terug. Ik houd hem vast in de serre tot de poort weer dicht is en ik via het kleine hekje naar buiten kan. De campingbeheerder is er niet en het vervangende neefje slaapt nog. We rijden weer door een prachtig landschap met besneeuwde bergtoppen in de verte. Zelf rijden we op een hoogte van 3750 m. Om even voor 10 uur zijn we in Cusco. We willen een bewaakte parkeerplaats, maar die is niet te vinden en volgens een agente kunnen we hem gewoon langs de straat zetten. We nemen onze belangrijke papieren voor de zekerheid toch maar mee in de rugzak en gaan koffie drinken. Daarna bekijken we het centrum van Cuzco. Er staan 2 grote kerken vlak naast elkaar. We bezoeken ze, maar mogen helaas geen foto’s maken. De grote kathedraal is rijk versierd met goud. Er hangt ook een schilderij van het laatste avondmaal, geschilderd door een Incaschilder Marcos Zapata. Op de tafel ligt een gebraden cavia, hier vrij normaal, maar toch luxe voedsel. Na het bezoek aan beide kerken gaan we lunchen en om 11.30 uur rijden we heel makkelijk Cuzco weer uit. Weer een mooie rit, al regent het af en toe een beetje. Na Sicuani rijden we over een hoogvlakte met weer prachtige panorama’s. Om 16.15 uur komen we aan in Ayavari op ruim 3900 m hoogte. We schrijven in in hotel Lumonsa. Er staat een drankwagen uit te laden voor de deur naar het parkeerterrein dus we parkeren maar langs de stoeprand. Mag officieel wel niet, maar iedereen doet het, dus wij ook maar. Terwijl de heren druk doende zijn om te regelen dat die drankwagen weggaat, bezoeken Liesbeth, Riet en ik de kerk. Er begint net een dienst en de pastoor is duidelijk geen Peruaan. Als we uit de kerk komen zitten de heren op een terrasje op de markt een biertje te drinken en wij sluiten ons bij hen aan. Dan horen we van de heren dat niet duidelijk is wanneer de vrachtwagen weg zal gaan want de chauffeur is op damesbezoek (onze interpretatie). We drinken ons biertje en genieten van het straatleven hier. Dan heeft de hoteleigenaar een andere parkeergarage geregeld en kunnen de auto’s weggebracht worden. ’s Avonds eten we in een Polleria, een kiprestaurant; soep vooraf, een stuk kip met frieten en wat sla uit de saladebar voor  € 2,50 p.p. Daarna slenteren we nog even over de markt, die helemaal om de kerk heen loopt. Dan op tijd naar bed. Het koelt hier ’s avonds aardig af en verwarming is er niet, dus is het bed opgemaakt met 3 hele zware dekens. Morgen op weg naar Puno.

Maandag 23 december

We slapen slecht, de dekens zijn berekend op kleine mensen, dus je hebt of koude voeten of een koude bovenkant. Het is steeds trekken geblazen, maar uiteindelijk lukt het toch wel om wat te slapen. Er is ’s morgens om 7.30 uur al een begrafenis aan de gang in de kerk. De familie komt met boeketten aan en brengen die in de kerk. Dan komt er een bestelautootje aanrijden en daar komt de kist uit, die de kerk wordt ingedragen. Na het ontbijt gaan de mannen de auto’s ophalen. Wij gaan ons weer vermaken op het plein. Tijdens het ontbijt hoorden we al een muziekkorps aankomen en nu blijkt dat die staan opgesteld op het plein voor het gemeentehuis. Er staan ook keurig geklede mensen naast het muziekkorps, dat net het volkslied speelt als we op het plein aan komen lopen. Degenen die niet hoeven te blazen, trommelen of wat dan ook, staan met de hand aan de pet. Dames staan met de rechter hand op de linker borst. Dan houdt iemand, we vermoeden de burgemeester, een praatje en nog iemand anders ook, en dan gaan de mensen die naast het muziekkorps stonden het gemeentehuis binnen. We vermoeden dat het een kersttoespraak was van de burgemeester voor het personeel van het gemeentehuis. Daarna marcheert het muziekkorps weer weg. Inmiddels is de begrafenis ook afgelopen en komt de pastoor naar buiten en hij loopt naar de auto, die vla voor ons bankje staat. Ik merk op dat hij geen Peruaan is. Hij vraagt waar wij vandaan komen en als ik gezegd heb dat we uit Holland komen begint hij in het Duits. Hij merkt op dat onze talen veel gemeen hebben, stapt in de auto en rijdt weg. Hij zal wel naar de begraafplaats moeten om daar de begrafenis verder te leiden. Om 9.15 uur rijden we weg uit het stadje richting Puno.  Om ca. 10 uur zijn we in Juliaca. Volgens de kaart moeten we recht door de stad heen rijden en dan verder naar Puno. Wat we aantreffen is één grote verkeerschaos. Overal is markt, tot op de treinrails staan tentjes met marktwaar. De trein rijdt 3 x per week en blijkbaar niet op maandag. In het centrum van de stad is het één grote modderboel door de regen van gisteren en ze zijn bezig een nieuwe weg te maken op palen boven de bestaande weg. Ton heeft zijn raam open staan en krijgt spetters bagger in zijn net gewassen haar door een tegenligger die door de bagger rijdt. Een plattegrond van de stad heb ik niet, alleen mijn GPS. Die geeft wel aan welke richting we op moeten, maar iedere keer als we een bepaalde richting opmoeten, kan dat niet want dan is er markt of eenrichtingsverkeer. De straatjes zijn heel smal en overal auto’s, taxi’s, collectivo’s (kleine busjes waar je zo in en uit kunt stappen en waar er duizenden van zijn), mensen, tuktuks, bakfietsen met stoeltjes met mensen voorop, honden etc. En alles krioelt door elkaar. Tijd om foto’s te maken is er niet, ik moet mee opletten in het verkeer, kijken of er toevallig een richtingaanwijzer staat, op de GPS kijken welke richting we uit moeten als het even kan, de 2 andere auto’s in de gaten houden, zodat we elkaar niet kwijtraken in deze chaos, overleggen met Gerrit Jan die voor in de stad een betere GPS heeft dan wij, etc. Na een uur tobben zet Ton de auto aan de kant, loopt op een tuktuk af en vraagt of de chauffeur ons voor wil rijden naar de uitvalsweg richting Puno, tegen betaling uiteraard. Hij wil 5 soles (€1.25) dus daar is overheen te komen. Het is een rood-witte tuktuk waar er duizenden van zijn, maar goed, we gaan op weg. Al heel snel persen zich meer delfde tuktuks zich tussen ons en onze gids en dan gaan we achter de verkeerde aan. Hij had z’n geld nog niet, dus dachten we dat hij wel weer op zou duiken, maar nee. Nog maar een keer proberen. Ton vindt er weer één. Hij geeft hem vast 5 soles en we gaan weer verder. Hij houdt ons goed in de gaten. Als wij stoppen om de anderen weer in het vizier te krijgen, stopt hij ook. Op een gegeven moment komt er ineens een noodkreet van Liesbeth door de walkietalkie: “we hebben een tuktuk op de motorkap”. Ton moet eerst een stukje doorrijden voor hij kan parkeren langs de stoeprand, maar net als hij richting Gerrit Jan en Liesbeth wil lopen, komt de geruststellende mededeling dat de tuktuk van de bumper, waar hij op hing is afgetild en dat de bestuurder weg is gereden. Gerrit Jan en Liesbeth zijn dus met de schrik vrijgekomen. We rijden weer. Wel zijn we bang dat we onze gids in zijn tuktuk kwijt zijn geraakt, maar even voorbij een kruising staat hij keurig op ons te wachten. Uiteindelijk brengt hij ons keurig de stad uit. We geven hem nog maar eens 5 soles als dank, want alleen waren we er niet uit gekomen. Halverwege Juliaca en Puno ligt Sillustani, waar ruïnes van chullpas staan. Chullpas zijn stenen torens waar de Inca’s hun belangrijke doden in begroeven. Op het parkeerterrein lunchen we eerst en dan gaat iedereen behalve ik, de wandeling beginnen naar de chullpa’s. Ik dood de tijd door het maken van foto’s van 2 alpaca’s die er rondlopen en bestudeer de plattegrond van Puno in de reisgids en zoek een hotel in de gids. We hebben goede ervaringen met de Andina keten en er is een hotel van in Puno. Dus zoek ik op de kaart waar het ligt en het lijkt niet moeilijk te vinden. Na een goed uur komen de anderen terug en gaan we weer op pad. Om 15.40 uur rijden we Puno binnen en gaan we op zoek naar de straat waar het Andinahotel ligt. Maar ook hier weer smalle straatjes en bijna alles eenrichtingsverkeer. Als we de straat hebben gevonden, blijkt die opgebroken en we kunnen er niet in. Dan rijden we verder richting centrum, Plaza de Armas. Als we daar aankomen zien we een paar hotels. Liesbeth gaat in één daarvan kijken, het  Haciendahotel, en we besluiten gelijk daar onze intrek te nemen. Het ziet er prima uit, ligt aan de Plaza de Armas en naast de kathedraal waar we morgen, kerstavond, naar de kerk willen. Beter kan niet. Het blijkt een prima toeval te zijn. Heerlijke schone bedden met dekbedden en geen kilo’s dekens, een fijne douche in plaats van een douche waar je de druppels moet opzoeken. Prima. We installeren ons en komen bijeen in de lobby. We besluiten morgen gelijk een excursie te gaan maken naar de rieteilanden en boeken bij de receptie. Daarna gaan we een biertje drinken. Vlakbij het hotel is een voetgangersgebied, waar we een leuke tent ontdekken voor een biertje. Na verloop van tijd gaat het flink regenen en onweren en besluiten we daar ook maar gelijk te gaan eten. Doordat we daar bleven zitten, hebben we eigenlijk vroeg gegeten en komen we al om 19.30 uur op de kamer. We zijn doodmoe door dat geworstel door die steden. We halen nog even de e-mails binnen, er komt nog een fanfare over het plein met een Kerstman, kijken nog even nieuws en lezen dat het weer stormt in Nederland, maar al gauw vallen onze ogen dicht.

Dinsdag 24 december

’s Morgens na het ontbijt worden we om 9 uur opgehaald met een busje. We halen bij een ander hotel nog wat mensen op en rijden naar de haven, een ritje van nog geen half uur. In de haven ligt de boot al op ons te wachten. We gaan aan boord en vertrekken meteen. Het is ongeveer een half uur varen naar de drijvende rieteilanden. Ondertussen vertelt de gids over het ontstaan van de rieteilanden. De pre-Inca’s woonden in Puno en omgeving. Toen de Inca’s kwamen wilden zij de pre-Inca’s onderwerpen, maar de pre-Inca’s wilden dat niet en vluchtten het water van het Titicacameer op in de baai van Puno, waar veel riet groeit. Zij begonnen met het bouwen van de rieteilanden (eigenlijk is het geen riet maar zijn het biezen). Als we aankomen bij een eiland worden we ontvangen door de bevolking. De gids vertelt ons hoe het eiland gebouwd wordt en een eilandbewoner laat het zien. De eilanden drijven op blokken van wortels van het riet die tijdens het regenseizoen losslaan van de grond en gaan drijven. De blokken worden met touw aan elkaar vastgemaakt en vormen zo de basis van het eiland. De blokken zijn ca. 1 m. hoog. Op deze blokken worden om en om lagen riet gelegd tot in totaal ook 1 m. hoogte. Op deze eilanden worden dan de rieten huisjes gebouwd, die niet veel wegen. Tegenwoordig zijn de eilanden voorzien van elektriciteit door middel van zonnepanelen. Op de eilanden groeien wat planten en worden op zeer beperkte schaal aardappelen verbouwd. Dit groeit op de rottende onderkant van het riet. Er moet ook regelmatig een laag op het eiland bijgelegd worden. Om een eiland te bouwen heeft men een jaar nodig. Zo zijn er een aantal eilanden met in totaal 2000 bewoners. Er is een hospitaaltje en een lagere school. Voor voortgezet onderwijs moeten de kinderen naar Puno, waar ze met een bootje heen gevaren worden en ’s middags komen ze weer naar huis. Dan mogen we over het eiland lopen en worden we uitgenodigd in een hut te kijken. De hut waar Ton en ik in worden ontvangen is een grote puinhoop. De man vertelt dat hij twee kinderen heeft en dat zijn vrouw bij de geboorte van het jongste kind is overleden. Hij woont in de hut samen met zijn 2 kleine kinderen. Overal ligt kleding en achterin de hut staat een bed, gemaakt van een stapel riet met daarop 3 van die zware dekens. Op mijn vragen hoe ze douchen, wassen etc., antwoordt hij dat ze dat gewoon in het meer doen. De temperatuur van het water is 9º C. ’s Winters kan het hier erg koud zijn. Het meer ligt op 3880 m en de hutjes hebben geen verwarming. Uiteraard is er van alles te koop. Daarna maken we nog een wandelingetje over het eiland en stappen dan in een rieten boot, die ca. 30 personen kan vervoeren. Als we wegvaren staan er vier vrouwen ons toe te zingen en uit te zwaaien. Hoe toeristisch kan het zijn… We worden door 2 mannen naar een ander eiland geroeid. Daar kunnen we limonade kopen en zelfs eten, maar daar heeft niemand van ons behoefte aan. We lopen nog wat rond en zien ook een rieten boot in aanbouw. De bouw van zo’n boot duurt 3 maanden en hij gaat ongeveer 3 jaar mee. Dan is het riet verrot door de regen en het water. Na enige tijd roept de gids al zijn klanten weer bij elkaar en gaan we weer in de boot en de bus terug naar het hotel. Onderweg naar het hotel zien we een enorme rij mensen staan en tot onze verbazing staan zij in de rij voor een slagerij. Tegenover ons hotel stond vanmorgen ook een hele rij mensen te wachten. Nu is dat nog steeds zo en we vragen ons af waar deze mensen op wachten of zij ook voor de slager in de rij staan. We lopen weer naar buiten en lopen langs de rij. De rij eindigt bij een bank. Al deze mensen staan dus te wachten voor de bank. Als we bij de hoek komen blijkt er om de hoek ook zo’n rij mensen te staan. Aan beide zijden van het bankgebouw het hele huizenblok lang, ca. twee maal 80 m. Een raadsel, want bij andere banken staan geen rijen. We zullen het niet te weten komen. We gaan ergens lunchen en daarna willen we een museumpje bezoeken, maar dat blijkt dicht. Wel is er een leuk winkeltje, waar Charles bij een giechelend oud vrouwtje nog een poncho koopt. Daarna gaan de anderen nog even de stad in en Ton en ik gaan naar het hotel. De website wacht weer. Om een beetje het kerstgevoel te krijgen hebben we besloten naar de kerstmis te gaan in de kathedraal tegenover het hotel op de Plaza de Armas. Om 18 uur gaan we naast de kathedraal een hapje eten. ’s Avonds is het koud en met onze thermokleding aan gaan we naar de kerk. De mis begint om 21 uur, maar we weten niet hoe druk het zal worden dus gaan we maar om 20.30 uur zitten op de oncomfortabele harde houten banken.  Om even over 21 uur begint de mis. Een orgeltje speelt het voor ons bekende Stille nacht, heilige nacht. Het is een beetje vals, maar dat mag de pret niet drukken. Er komen steeds mensen binnen met een mandje met het Kindje Jezus erin. We hadden op de markt in Ayaviri de mandjes, de popjes en kleertjes al te koop zien liggen. De mandjes zijn mooi versierd met kant met glittertjes en de popjes hebben ook allerlei verschillende verschijningen, jongetjes, meisjes, kort haar, lang haar, je kan het zo gek niet bedenken. De wiegjes zijn meestal van riet gemaakt en over het geheel ligt nog een tulen doek. Nu komen heel veel mensen met zo’n wiegje met Kindje Jezus erin de kerk in; mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Ze zitten er tijdens de dienst mee op schoot. Al gauw is de kerk bomvol en staan de mensen aan de zijkant van de banken. Er is een preek waar we uiteraard niet veel van verstaan en het duurt wel erg lang en we hebben allen wat moeite om de ogen open te houden. Na de preek zingen de kinderen Het Gloria in Excelcis Deo. Daarna wordt er nog een ouweltje uitgedeeld en volgt het slotgebed; de zegen. Tot slot roept de priester de mensen op niet te gaan rennen. Wat dat inhoudt begrijpen we eerst niet, maar even later wordt het duidelijk. Alle mensen met een wiegje lopen naar voren en dan wordt het wiegje en het Kindje Jezus gezegend. Daarna gaat het wiegje met Kindje mee naar huis en wordt thuis in de kerststal geplaatst. Wij gaan naar het hotel en naar bed, het is al 23 uur, wel erg laat voor ons. Morgen gaan we richting Bolivia.

Woensdag 25 december

Als we ’s morgens de gordijnen openschuiven, zien we dat het een beetje gesneeuwd heeft op de heuvels. Om 9.15 uur vertrekken we richting Bolivia. Bij Ilavo gaan we van de weg af richting meer. In de stad staan nog halve sneeuwpoppen. We rijden nog steeds op een hoogte van zo’n 3800 m. hoogte. Op de weg ligt allemaal rotzooi, stenen, stukken boom en elektriciteitsmasten. Het ligt allemaal zodanig dat we er nog net door kunnen. Aan het einde van de weg is een aanlegsteiger waar de vissers hun vis aan land kunnen brengen. In het meer liggen forelkwekerijen. We bekijken het allemaal en rijden terug. Onderweg komen we een fanfare tegen met in het gevolg een aantal mannen. Voor ons uit komt ook een fanfare, ze lopen elkaar tegemoet. Dan zwaait de ene groep af, door een hek heen een feestterrein op, waar hele stapels kratten bier staan. Daarna de andere groep. Op het feestterrein marcheren ze nog even door, zwaaien met kwastjes gemaakt van wol. Sommige mannen dragen mooie rode gordels. Het is in deze dorpen feest en ze komen dus blijkbaar bij elkaar om gezamenlijk kerstfeest te vieren. Als we weer op de grote weg komen rijden we door naar Juli waar volgens de gids van Liesbeth een hotel moet zijn. Om 14 uur vinden we het hotel, maar het is gesloten en de twee hostels in het stadje zijn slecht en vies, dus rijden we maar door richting Titicacameer. Vlakbij het meer lunchen we en overleggen we wat te doen. Dan komt er een man aan, Pablo, die zegt dat hij weet waar we kunnen kamperen. Liesbeth loopt met hem mee en de 3 auto’s rijden er achteraan. We komen na een paar honderd meter bij de plek die de man bedoelde. Het lijkt ooit een camping geweest te zijn. Er is een toiletgebouwtje en een huisje op het terrein. Maar helaas zit er op het toegangshek een groot slot en er liggen ook nog gigantische stenen voor de poort, dus dat feest gaat ook niet door. Pablo zegt dat we door moeten rijden en dan vast wel een mooi plekje kunnen vinden om te overnachten. Dat doen we maar en inderdaad vinden we een prachtige plek met een fantastisch uitzicht over het Titicacameer. We hebben geen tijd genomen om te lunchen, dus aten we maar vroeg ons kerstdiner: bruine bonen, doperwten, een ui en ansjovis met tonijn. Het smaakte prima. Na de afwas begint het te druppelen, dus rest ons niets anders dan naar bed te gaan. We liggen om 18.30 uur in bed en lezen nog wat, maar al snel gaan de luikjes dicht.

Donderdag 26 december

Om 6 uur is iedereen wakker. In de zon drinken we lekker een kop thee/koffie en genieten we nog van het uitzicht op het meer. Het waait een beetje en dat geeft mooie vegen op het meer. Een enkele visser is al uitgevaren. Om 8.30 u. rijden we weg richting Boliviaanse grens in Desaguadero. Onderweg krijgen we nog wat hagel en natte sneeuw. Om 10.10 uur komen we aan bij de Peruaanse grens. Het is weer een enorm gekrioel op straat, iedereen wil wat aan de passanten verkopen, die staan te wachten tot alle formaliteiten klaar zijn. De douane voor ons is geen probleem, ik moet even mijn gezicht laten zien en dan wordt er weer druk gestempeld. Dan moeten de auto’s Peru uit. Dat is minder makkelijk want doordat we bij het binnengaan van Peru de computer plat lag zijn de formulieren niet goed verwerkt. Er zijn toen kopieën gemaakt, maar is dus niets mee gedaan. Uiteindelijk bellen ze naar Tacna, waar we Peru binnenkwamen en komt alles toch nog goed. Na 1 uur zijn we klaar. In Peru hebben we 2800 km gereden. Nu nog de Boliviaanse grens.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.