NL / DE / EN
  • Nederlands
  • Deutsch
  • English
Main Menu
Home
Who are we?
Preparations
North America
Central America
South America
South America 2010
South America 2013
Home again!
Sold: Land Rover
Photobook
Guestbook
Contact us
Links
Visitor counter

Random picture
Sunday, 27 September 2020
Home arrow South America 2013
South America 2013
Bolivia deel 3 (eind) PDF Print E-mail

Bolivia, deel 3 (eind) geschreven door Ton

Donderdag 26 december 2013

Na weer 1,5 uur zijn we grens met Bolivia in Desaguadero voorbij. Maar we zijn nauwelijks de stad uit of er is weer een controle. De douane wil een bewijs zien dat we legaal Bolivia zijn ingekomen. Als we dat laten zien vraagt hij of we niet mee willen werken. Dit betekent: geld en dat zegt hij ook recht voor zijn raap.  Dus geeft Gerrit Jan namens ons allen wat Bolivianos  (ca. 1 euro) en we kunnen doorrijden. En vooral niet boos worden!  Even later weer controle, we mogen doorrijden, maar aan Charles en Riet vragen ze of ze wijn of whisky bij zich hebben. De drie flessen wijn zijn geen probleem. Ook weer gehad. Hierna bezoeken we de ruines van Tiwanako (ofwel Tihuanaco), waarna we in het gelijknamige dorp een gelijknamig hotel vinden met een zeer hulpvaardige gastheer.

Vrijdag 27 december 2013

’s Morgens kunnen wij niet douchen want er is geen water in ons deel van het hotel. Na het ontbijt rijden we om 9 uur weg. Na tanken en koffie komen we bij La Paz aan. Net voor de grote drukte begint, huren we een taxichauffeur die ons door  La Paz loodst, zonder het centrum in te gaan, want per dag mogen alleen bepaalde kentekens de stad in en andere dus niet. We moeten sluipwegen  gebruiken  via een gat in de vangrail, waar we maar net door kunnen.  Op een bepaald moment, een uur later, is het alleen rechtdoor rijden en kunnen we zelf de weg weer vinden naar Coroico. Net buiten Coroico lunchen we met spaghetti. Daarna zoeken we hotel La Senda Verde  dat we even later ook vinden. La Senda Verde is sinds een kleine 10 jaar een opvangplaats voor gewonde of mishandelde wilde dieren, die betaald wordt door lodges te verhuren. Ook werken er veel vrijwilligers. Er zitten aapjes, waarvan de moeder is doodgeschoten, om de baby-aapjes te verkopen als huisdier. Overal vliegen ara’s rond en lopen apen (Manna had er meteen één om haar nek).  Na het eten drinken we nog een wijntje bij Charles en Riet en om 10 uur naar bed.

Zaterdag 28 december 2013

Na het ontbijt halen we de auto leeg en zoeken we de spullen uit. Om 12 uur rijden we naar Coroico om te stad te bekijken en te lunchen. ’s Middags gaan we verder met spullen uitzoeken, om 17 u borrelen en diner. Na nog een wijntje om half elf naar bed.

Zondag 29 december 2013

Manna heeft ’s nachts buikpijn en Charles constateert colitis of diverticulitis, ontsteking van de darm. Antibiotica, dieet en ORS voorgeschreven en na het ontbijt (voor Manna droog brood) gaat ze het bed weer in, na de inleiding van Anneke Vedelaar, een Nederlandse vrijwilligster die hier werkt, te hebben aangehoord. De anderen gaan mee met een rondleiding over het  terrein. Anneke heeft in Nederland een stichting (Stichting Selva) opgericht om voor projecten van La Senda Verde geld in te zamelen.  Het huidige doel voor een project is een heel grote volière.  Een van de redenen is dat het aanbod aan dieren de laatste jaren verveelvoudigd is. Naast  de duidelijk hoorbare ara’s en zichtbare apen is er opvang voor een kaaiman, schildpadden, diverse vogels zoals een toekan, een neusbeer en andere Zuid-Amerikaanse brilberen, die we ’s middags nog te zien krijgen. Om 6 uur een biertje, lekker eten (voor Manna een kop soep en toast).

Maandag 30 december 2013

Na het ontbijt kan een van de apen maar moeilijk afscheid nemen van Manna. Om 9 uur gaan we weer op pad naar La Paz. Onder de navigerende leiding van GJ en Liesbeth zijn we net na het middaguur in La Paz bij het hotel, hotel Berlina. Nauwelijks staan we stil of een agent met een wielklem onder zijn arm en met veel gouden tanden zegt dat we weer weg moeten.  Ton overlegt met hem, zegt dat we alleen bagage willen lossen en dan weer weggaan. Na nog wat heen en weer gepraat loopt hij weer weg. Manna schrijft ons in bij het hotel en de rest gaat de auto’s, Nissan Patrol 4x4, bij Petita Rent a Car afleveren. Na een telefoontje komt Eusebio eraan, maar Ernesto slaapt en zijn vrouw wil hem niet wakker maken. Daarom handelt  Eusebio alles af. We hebben in totaal ruim 5300 km gereden. Weer terug in het hotel, ontdekt Manna dat ik de winterjassen in de auto heb laten liggen. Dus weer een ritje met de taxi heen en weer naar Petita terwijl de anderen de kathedraal gaan bekijken en een boekwinkel zoeken. De kathedraal is mooi maar donker en de boekwinkels zijn dicht of verdwenen. Na thuiskomst in het Thaise restaurant van het hotel wat gedronken en ondermeer sushi’s gegeten. Voor morgen vroeg taxi’s besteld en vast afgerekend.

Dinsdag 31 december 2013

Om kwart voor vier op, om kwart over vier in de taxi naar El Alto, de luchthaven van La Paz. Ingecheckt, 25 USD betaald om Bolivia uit te mogen en om zeven uur vertrokken naar São Paulo via Santa Cruz. Van São Paulo vliegen we naar Rio de Janeiro. Het is slecht weer onderweg, zware buien en wind. Het toestel hobbelt aardig en af en toe een flinke luchtzak. Sommigen in het vliegtuig zijn bang en bij een wat grotere luchtzak wordt geschreeuwd.  Uiteindelijk komen we ongeschonden in Rio aan. We checken in bij de KLM en om ca. 11 uur ’s avonds vertrekken we met een uur vertraging vanuit Rio. Om 12 uur wordt met champagne het nieuwe jaar verwelkomd en om ongeveer half één woensdagmiddag landen we op Schiphol na een rustige vlucht. Daar nemen we afscheid van elkaar en we zijn het met elkaar eens dat alles fantastisch is gegaan en dat het weer een prachtige reis is geweest. Rob en Luz komen ons afhalen, Liesbeth een Gerrit Jan gaan met de eigen auto naar huis en Charles en Riet worden door Bert afgehaald.

Eenmaal thuis frissen we ons, na een kop koffie even wat op en gaan dan naar Eldine, de jongste zus van Ton, voor de Nieuwjaarsborrel. Ton z’n moeder is daar ook. ’s Avonds rollen we doodmoe in ons heerlijke eigen bed.

 

 
Peru deel 3 PDF Print E-mail

Reis door Peru, deel 3

Vrijdag 20 december

’s Nachts gaat het onweren en regenen. We staan vroeg op, de zon schijnt weer en we vertrekken om 8.15 uur richting Ollantaytambo, waar we op de trein moeten stappen naar Machu Picchu. Na een klein half uurtje komen we daar aan. Ton had veel drukte verwacht maar dat valt mee. We parkeren de auto’s bij een bewaakt parkeerterrein. De man loopt langs de auto’s, inspecteert of alle ramen en deuren dicht zijn en dan lopen we richting station. We drinken nog ergens koffie en genieten van het komen en gaan van mensen. Veel lokalen lopen rond met bloemen, groenten en fruit. Ook zijn er allerlei stalletjes, waar veel goedbedoelde rotzooi te koop is. We wachten zo, mensen kijkend, tot het tijd is om naar de trein te gaan. Om tien uur moeten we ons melden bij het loket van de trein, moeten ons paspoort laten zien (de tickets staan op naam) en als de trein aankomt kunnen we instappen. Het is een luxe trein met gereserveerde plaatsen. Dan vertrekken we om 10.30 uur richting Machu Picchu. De rit gaat heel langzaam, we zitten anderhalf uur in de trein voor 43 km. Onderweg krijgen we wat te drinken en een snack. De snack bestaat uit wat fruit (watermeloen, meloen en cactusfruit), 3 kleine pannenkoekjes waar wat cranberrysap overheen gegoten wordt en een warm hapje van twee laagjes deeg met daartussen lekker klaargemaakte spinazie. Naast ons zitten 2 jongelui uit Florida. We komen om 12 uur aan op het station van Machu Picchu (Aguas Calientes). Daar moeten we kaartjes kopen voor de bus die ons naar boven zal brengen en toegangskaartjes voor Machu Picchu. Ook daar moeten we weer ons paspoort laten zien. Dan op zoek naar de bus. Om 11.30 vertrekken we voor een busrit van een klein half uur langs de berghelling omhoog. Daar komen de jongelui uit Florida naar ons toe en vragen of we gezamenlijk een gids zullen nemen. We gaan akkoord en lopen met de gids door het oude Incadorp. Het dorp is in de 15de eeuw gebouwd op de top van een steile helling. Doordat er een ziekte, waarschijnlijk een virusziekte, is het dorp al tijdens de bouw door de Inca’s verlaten. Ze dachten dat door deze ziekte de goden lieten weten dat deze plek niet goed was. Daarna is het dorp overwoekert door de jungle en is het zodoende niet door de Spanjaarden ontdekt en vernield. In 1911 is de stad ontdekt door de Amerikaanse historicus Hiram Bingham. Hij heeft toen het initiatief genomen om het dorp van de jungle te ontdoen. Nu wordt het dorp jaarlijks door duizenden mensen bezocht. Gelukkig is het vandaag niet erg druk. Overigens is de toegang met trein en bus niet goedkoop, voor minder dan USD 200 kom je er niet. We worden rondgeleid door de ruïnes en ons wordt verteld hoe de mensen er leefden. We komen een hoek om en zien het hele complex liggen. We hebben er plaatjes van gezien, maar de realiteit is bijzonder indrukwekkend. Er zijn terrassen waar de mensen groenten verbouwden en vee hielden. De tempels zijn gemaakt van enorme blokken steen, die perfect aansluiten. Halverwege de wandeling gaat het regenen. Gelukkig zijn we er op voorbereid, dus regenjassen, paraplu’s en regenponcho’s worden tevoorschijn gehaald en gaan we gewoon door. Hopelijk geven de foto’s een indruk van Machu Picchu. Om 15 uur verzamelen we weer voor de busrit naar beneden. De trein staat klaar als we beneden aankomen en vertrekken om 16.22 uur. We komen om 18 uur aan in Ollantaytambo, pikken de auto op en rijden richting camping. Gelukkig is het weer droog. We willen nog ergens een hapje eten. Gisteren, toen de anderen boodschappen gingen doen, hadden ze een leuke eettent gezien, dus daar willen we naartoe. Het is net voorbij de camping. Inmiddels is het donker geworden. Het is lastig rijden, want er rijden onverlichte tuktuks op de weg, koeien, honden en mensen met kinderen. Tegenliggers gebruiken groot licht zodat het zicht erg slecht is. Als we bij het restaurant komen kunnen we daar niet eten want ze vieren kerstfeest met het personeel. We worden doorverwezen naar een ander restaurant dat we niet kunnen vinden. Uiteindelijk draaien we maar om en rijden terug naar de camping. Daar beginnen we met een glaasje wijn en eten daarna aspergesoep met crackers. Het regent weer, maar we zitten lekker droog in de serre, die we, dankzij gebrek aan andere kampeerders, ons toegeëigend hebben. Dan lekker slapen. Rikketik op het dak.

Zaterdag 21 december

We slapen uit tot 7 uur. Iedereen gaat lekker op z’n gemak douchen. Daarna ontbijt. Charles, Riet, Liesbeth, Gerrit Jan en Ton gaan een wandeling maken naar een zoutwinningsgebied, de salineras de Maras. Ik blijf thuis. Ik ruim de auto op en begin weer aan de website. Ik spot de kolibrie die de anderen ook al gezien hadden en slaag erin een foto te maken. Na ca. 2 uur komen de anderen terug. De zoutwinning ligt nu stil. Er wordt alleen in de droge tijd, de winter, gewerkt. Wel was het leuk om de zoutpannen te zien met de mooie aardekleuren en het wit van het zout. Liesbeth, Gerrit Jan, Riet en Charles gaan boodschappen doen, Ton en ik zoeken de foto’s uit voor de website Peru deel 2. Als de anderen terugkomen van boodschappen doen genieten we van een luxe lunch, ze hebben allerlei lekkere dingen meegenomen o.a. een fles witte wijn voor bij de lunch. Verder vers brood, tomaten en komkommer. Verder eten we er wat van de ansjovis bij die we als noodrantsoen hebben gekocht in Cochabamba. Na de lunch begint het weer te regenen. Charles, Gerrit Jan en Liesbeth gaan dan naar een kinderhuis kijken in de stad. Liesbeth kent iemand die dat kinderhuis sponsort. Het kinderhuis, Arco Iris, is opgezet door een Nederlandse vrouw. Ton gaat in de serre zitten lezen en Riet en ik trekken ons terug in de auto om in alle rust te kunnen lezen. Bovendien is het in de auto wat warmer dan in de serre. Als Gerrit Jan, Liesbeth en Charles terug zijn, het tehuis was gesloten, maakt Liesbeth een heerlijke fruitsalade van de meegebrachte vruchten. ’s Avonds eten we soep met wat brood en daarna hebben we overleg over de te rijden route van morgen. Gerrit Jan, Liesbeth, Charles en Riet vinden het leuk om naar Cuzco te gaan, maar dat zit niet in de planning. Maar na goed gekeken te hebben naar de route en uitgerekend te hebben hoeveel kilometers er gemaakt moeten worden om het hele schema niet in de war te schoppen, besluiten we unaniem dat het wel kan. Dan lekker slapen terwijl de regen op het dak tikt.

Zondag 22 december

Om 7.15 uur rijden we weg van de camping. Het heeft even wat voeten in aarde omdat Mango, de campinghond, ontsnapt, maar Charles weet hem al snel te vangen en Gerrit Jan neemt hem bij kop en kont en brengt hem terug. Ik houd hem vast in de serre tot de poort weer dicht is en ik via het kleine hekje naar buiten kan. De campingbeheerder is er niet en het vervangende neefje slaapt nog. We rijden weer door een prachtig landschap met besneeuwde bergtoppen in de verte. Zelf rijden we op een hoogte van 3750 m. Om even voor 10 uur zijn we in Cusco. We willen een bewaakte parkeerplaats, maar die is niet te vinden en volgens een agente kunnen we hem gewoon langs de straat zetten. We nemen onze belangrijke papieren voor de zekerheid toch maar mee in de rugzak en gaan koffie drinken. Daarna bekijken we het centrum van Cuzco. Er staan 2 grote kerken vlak naast elkaar. We bezoeken ze, maar mogen helaas geen foto’s maken. De grote kathedraal is rijk versierd met goud. Er hangt ook een schilderij van het laatste avondmaal, geschilderd door een Incaschilder Marcos Zapata. Op de tafel ligt een gebraden cavia, hier vrij normaal, maar toch luxe voedsel. Na het bezoek aan beide kerken gaan we lunchen en om 11.30 uur rijden we heel makkelijk Cuzco weer uit. Weer een mooie rit, al regent het af en toe een beetje. Na Sicuani rijden we over een hoogvlakte met weer prachtige panorama’s. Om 16.15 uur komen we aan in Ayavari op ruim 3900 m hoogte. We schrijven in in hotel Lumonsa. Er staat een drankwagen uit te laden voor de deur naar het parkeerterrein dus we parkeren maar langs de stoeprand. Mag officieel wel niet, maar iedereen doet het, dus wij ook maar. Terwijl de heren druk doende zijn om te regelen dat die drankwagen weggaat, bezoeken Liesbeth, Riet en ik de kerk. Er begint net een dienst en de pastoor is duidelijk geen Peruaan. Als we uit de kerk komen zitten de heren op een terrasje op de markt een biertje te drinken en wij sluiten ons bij hen aan. Dan horen we van de heren dat niet duidelijk is wanneer de vrachtwagen weg zal gaan want de chauffeur is op damesbezoek (onze interpretatie). We drinken ons biertje en genieten van het straatleven hier. Dan heeft de hoteleigenaar een andere parkeergarage geregeld en kunnen de auto’s weggebracht worden. ’s Avonds eten we in een Polleria, een kiprestaurant; soep vooraf, een stuk kip met frieten en wat sla uit de saladebar voor  € 2,50 p.p. Daarna slenteren we nog even over de markt, die helemaal om de kerk heen loopt. Dan op tijd naar bed. Het koelt hier ’s avonds aardig af en verwarming is er niet, dus is het bed opgemaakt met 3 hele zware dekens. Morgen op weg naar Puno.

Maandag 23 december

We slapen slecht, de dekens zijn berekend op kleine mensen, dus je hebt of koude voeten of een koude bovenkant. Het is steeds trekken geblazen, maar uiteindelijk lukt het toch wel om wat te slapen. Er is ’s morgens om 7.30 uur al een begrafenis aan de gang in de kerk. De familie komt met boeketten aan en brengen die in de kerk. Dan komt er een bestelautootje aanrijden en daar komt de kist uit, die de kerk wordt ingedragen. Na het ontbijt gaan de mannen de auto’s ophalen. Wij gaan ons weer vermaken op het plein. Tijdens het ontbijt hoorden we al een muziekkorps aankomen en nu blijkt dat die staan opgesteld op het plein voor het gemeentehuis. Er staan ook keurig geklede mensen naast het muziekkorps, dat net het volkslied speelt als we op het plein aan komen lopen. Degenen die niet hoeven te blazen, trommelen of wat dan ook, staan met de hand aan de pet. Dames staan met de rechter hand op de linker borst. Dan houdt iemand, we vermoeden de burgemeester, een praatje en nog iemand anders ook, en dan gaan de mensen die naast het muziekkorps stonden het gemeentehuis binnen. We vermoeden dat het een kersttoespraak was van de burgemeester voor het personeel van het gemeentehuis. Daarna marcheert het muziekkorps weer weg. Inmiddels is de begrafenis ook afgelopen en komt de pastoor naar buiten en hij loopt naar de auto, die vla voor ons bankje staat. Ik merk op dat hij geen Peruaan is. Hij vraagt waar wij vandaan komen en als ik gezegd heb dat we uit Holland komen begint hij in het Duits. Hij merkt op dat onze talen veel gemeen hebben, stapt in de auto en rijdt weg. Hij zal wel naar de begraafplaats moeten om daar de begrafenis verder te leiden. Om 9.15 uur rijden we weg uit het stadje richting Puno.  Om ca. 10 uur zijn we in Juliaca. Volgens de kaart moeten we recht door de stad heen rijden en dan verder naar Puno. Wat we aantreffen is één grote verkeerschaos. Overal is markt, tot op de treinrails staan tentjes met marktwaar. De trein rijdt 3 x per week en blijkbaar niet op maandag. In het centrum van de stad is het één grote modderboel door de regen van gisteren en ze zijn bezig een nieuwe weg te maken op palen boven de bestaande weg. Ton heeft zijn raam open staan en krijgt spetters bagger in zijn net gewassen haar door een tegenligger die door de bagger rijdt. Een plattegrond van de stad heb ik niet, alleen mijn GPS. Die geeft wel aan welke richting we op moeten, maar iedere keer als we een bepaalde richting opmoeten, kan dat niet want dan is er markt of eenrichtingsverkeer. De straatjes zijn heel smal en overal auto’s, taxi’s, collectivo’s (kleine busjes waar je zo in en uit kunt stappen en waar er duizenden van zijn), mensen, tuktuks, bakfietsen met stoeltjes met mensen voorop, honden etc. En alles krioelt door elkaar. Tijd om foto’s te maken is er niet, ik moet mee opletten in het verkeer, kijken of er toevallig een richtingaanwijzer staat, op de GPS kijken welke richting we uit moeten als het even kan, de 2 andere auto’s in de gaten houden, zodat we elkaar niet kwijtraken in deze chaos, overleggen met Gerrit Jan die voor in de stad een betere GPS heeft dan wij, etc. Na een uur tobben zet Ton de auto aan de kant, loopt op een tuktuk af en vraagt of de chauffeur ons voor wil rijden naar de uitvalsweg richting Puno, tegen betaling uiteraard. Hij wil 5 soles (€1.25) dus daar is overheen te komen. Het is een rood-witte tuktuk waar er duizenden van zijn, maar goed, we gaan op weg. Al heel snel persen zich meer delfde tuktuks zich tussen ons en onze gids en dan gaan we achter de verkeerde aan. Hij had z’n geld nog niet, dus dachten we dat hij wel weer op zou duiken, maar nee. Nog maar een keer proberen. Ton vindt er weer één. Hij geeft hem vast 5 soles en we gaan weer verder. Hij houdt ons goed in de gaten. Als wij stoppen om de anderen weer in het vizier te krijgen, stopt hij ook. Op een gegeven moment komt er ineens een noodkreet van Liesbeth door de walkietalkie: “we hebben een tuktuk op de motorkap”. Ton moet eerst een stukje doorrijden voor hij kan parkeren langs de stoeprand, maar net als hij richting Gerrit Jan en Liesbeth wil lopen, komt de geruststellende mededeling dat de tuktuk van de bumper, waar hij op hing is afgetild en dat de bestuurder weg is gereden. Gerrit Jan en Liesbeth zijn dus met de schrik vrijgekomen. We rijden weer. Wel zijn we bang dat we onze gids in zijn tuktuk kwijt zijn geraakt, maar even voorbij een kruising staat hij keurig op ons te wachten. Uiteindelijk brengt hij ons keurig de stad uit. We geven hem nog maar eens 5 soles als dank, want alleen waren we er niet uit gekomen. Halverwege Juliaca en Puno ligt Sillustani, waar ruïnes van chullpas staan. Chullpas zijn stenen torens waar de Inca’s hun belangrijke doden in begroeven. Op het parkeerterrein lunchen we eerst en dan gaat iedereen behalve ik, de wandeling beginnen naar de chullpa’s. Ik dood de tijd door het maken van foto’s van 2 alpaca’s die er rondlopen en bestudeer de plattegrond van Puno in de reisgids en zoek een hotel in de gids. We hebben goede ervaringen met de Andina keten en er is een hotel van in Puno. Dus zoek ik op de kaart waar het ligt en het lijkt niet moeilijk te vinden. Na een goed uur komen de anderen terug en gaan we weer op pad. Om 15.40 uur rijden we Puno binnen en gaan we op zoek naar de straat waar het Andinahotel ligt. Maar ook hier weer smalle straatjes en bijna alles eenrichtingsverkeer. Als we de straat hebben gevonden, blijkt die opgebroken en we kunnen er niet in. Dan rijden we verder richting centrum, Plaza de Armas. Als we daar aankomen zien we een paar hotels. Liesbeth gaat in één daarvan kijken, het  Haciendahotel, en we besluiten gelijk daar onze intrek te nemen. Het ziet er prima uit, ligt aan de Plaza de Armas en naast de kathedraal waar we morgen, kerstavond, naar de kerk willen. Beter kan niet. Het blijkt een prima toeval te zijn. Heerlijke schone bedden met dekbedden en geen kilo’s dekens, een fijne douche in plaats van een douche waar je de druppels moet opzoeken. Prima. We installeren ons en komen bijeen in de lobby. We besluiten morgen gelijk een excursie te gaan maken naar de rieteilanden en boeken bij de receptie. Daarna gaan we een biertje drinken. Vlakbij het hotel is een voetgangersgebied, waar we een leuke tent ontdekken voor een biertje. Na verloop van tijd gaat het flink regenen en onweren en besluiten we daar ook maar gelijk te gaan eten. Doordat we daar bleven zitten, hebben we eigenlijk vroeg gegeten en komen we al om 19.30 uur op de kamer. We zijn doodmoe door dat geworstel door die steden. We halen nog even de e-mails binnen, er komt nog een fanfare over het plein met een Kerstman, kijken nog even nieuws en lezen dat het weer stormt in Nederland, maar al gauw vallen onze ogen dicht.

Dinsdag 24 december

’s Morgens na het ontbijt worden we om 9 uur opgehaald met een busje. We halen bij een ander hotel nog wat mensen op en rijden naar de haven, een ritje van nog geen half uur. In de haven ligt de boot al op ons te wachten. We gaan aan boord en vertrekken meteen. Het is ongeveer een half uur varen naar de drijvende rieteilanden. Ondertussen vertelt de gids over het ontstaan van de rieteilanden. De pre-Inca’s woonden in Puno en omgeving. Toen de Inca’s kwamen wilden zij de pre-Inca’s onderwerpen, maar de pre-Inca’s wilden dat niet en vluchtten het water van het Titicacameer op in de baai van Puno, waar veel riet groeit. Zij begonnen met het bouwen van de rieteilanden (eigenlijk is het geen riet maar zijn het biezen). Als we aankomen bij een eiland worden we ontvangen door de bevolking. De gids vertelt ons hoe het eiland gebouwd wordt en een eilandbewoner laat het zien. De eilanden drijven op blokken van wortels van het riet die tijdens het regenseizoen losslaan van de grond en gaan drijven. De blokken worden met touw aan elkaar vastgemaakt en vormen zo de basis van het eiland. De blokken zijn ca. 1 m. hoog. Op deze blokken worden om en om lagen riet gelegd tot in totaal ook 1 m. hoogte. Op deze eilanden worden dan de rieten huisjes gebouwd, die niet veel wegen. Tegenwoordig zijn de eilanden voorzien van elektriciteit door middel van zonnepanelen. Op de eilanden groeien wat planten en worden op zeer beperkte schaal aardappelen verbouwd. Dit groeit op de rottende onderkant van het riet. Er moet ook regelmatig een laag op het eiland bijgelegd worden. Om een eiland te bouwen heeft men een jaar nodig. Zo zijn er een aantal eilanden met in totaal 2000 bewoners. Er is een hospitaaltje en een lagere school. Voor voortgezet onderwijs moeten de kinderen naar Puno, waar ze met een bootje heen gevaren worden en ’s middags komen ze weer naar huis. Dan mogen we over het eiland lopen en worden we uitgenodigd in een hut te kijken. De hut waar Ton en ik in worden ontvangen is een grote puinhoop. De man vertelt dat hij twee kinderen heeft en dat zijn vrouw bij de geboorte van het jongste kind is overleden. Hij woont in de hut samen met zijn 2 kleine kinderen. Overal ligt kleding en achterin de hut staat een bed, gemaakt van een stapel riet met daarop 3 van die zware dekens. Op mijn vragen hoe ze douchen, wassen etc., antwoordt hij dat ze dat gewoon in het meer doen. De temperatuur van het water is 9º C. ’s Winters kan het hier erg koud zijn. Het meer ligt op 3880 m en de hutjes hebben geen verwarming. Uiteraard is er van alles te koop. Daarna maken we nog een wandelingetje over het eiland en stappen dan in een rieten boot, die ca. 30 personen kan vervoeren. Als we wegvaren staan er vier vrouwen ons toe te zingen en uit te zwaaien. Hoe toeristisch kan het zijn… We worden door 2 mannen naar een ander eiland geroeid. Daar kunnen we limonade kopen en zelfs eten, maar daar heeft niemand van ons behoefte aan. We lopen nog wat rond en zien ook een rieten boot in aanbouw. De bouw van zo’n boot duurt 3 maanden en hij gaat ongeveer 3 jaar mee. Dan is het riet verrot door de regen en het water. Na enige tijd roept de gids al zijn klanten weer bij elkaar en gaan we weer in de boot en de bus terug naar het hotel. Onderweg naar het hotel zien we een enorme rij mensen staan en tot onze verbazing staan zij in de rij voor een slagerij. Tegenover ons hotel stond vanmorgen ook een hele rij mensen te wachten. Nu is dat nog steeds zo en we vragen ons af waar deze mensen op wachten of zij ook voor de slager in de rij staan. We lopen weer naar buiten en lopen langs de rij. De rij eindigt bij een bank. Al deze mensen staan dus te wachten voor de bank. Als we bij de hoek komen blijkt er om de hoek ook zo’n rij mensen te staan. Aan beide zijden van het bankgebouw het hele huizenblok lang, ca. twee maal 80 m. Een raadsel, want bij andere banken staan geen rijen. We zullen het niet te weten komen. We gaan ergens lunchen en daarna willen we een museumpje bezoeken, maar dat blijkt dicht. Wel is er een leuk winkeltje, waar Charles bij een giechelend oud vrouwtje nog een poncho koopt. Daarna gaan de anderen nog even de stad in en Ton en ik gaan naar het hotel. De website wacht weer. Om een beetje het kerstgevoel te krijgen hebben we besloten naar de kerstmis te gaan in de kathedraal tegenover het hotel op de Plaza de Armas. Om 18 uur gaan we naast de kathedraal een hapje eten. ’s Avonds is het koud en met onze thermokleding aan gaan we naar de kerk. De mis begint om 21 uur, maar we weten niet hoe druk het zal worden dus gaan we maar om 20.30 uur zitten op de oncomfortabele harde houten banken.  Om even over 21 uur begint de mis. Een orgeltje speelt het voor ons bekende Stille nacht, heilige nacht. Het is een beetje vals, maar dat mag de pret niet drukken. Er komen steeds mensen binnen met een mandje met het Kindje Jezus erin. We hadden op de markt in Ayaviri de mandjes, de popjes en kleertjes al te koop zien liggen. De mandjes zijn mooi versierd met kant met glittertjes en de popjes hebben ook allerlei verschillende verschijningen, jongetjes, meisjes, kort haar, lang haar, je kan het zo gek niet bedenken. De wiegjes zijn meestal van riet gemaakt en over het geheel ligt nog een tulen doek. Nu komen heel veel mensen met zo’n wiegje met Kindje Jezus erin de kerk in; mannen, vrouwen, jongens en meisjes. Ze zitten er tijdens de dienst mee op schoot. Al gauw is de kerk bomvol en staan de mensen aan de zijkant van de banken. Er is een preek waar we uiteraard niet veel van verstaan en het duurt wel erg lang en we hebben allen wat moeite om de ogen open te houden. Na de preek zingen de kinderen Het Gloria in Excelcis Deo. Daarna wordt er nog een ouweltje uitgedeeld en volgt het slotgebed; de zegen. Tot slot roept de priester de mensen op niet te gaan rennen. Wat dat inhoudt begrijpen we eerst niet, maar even later wordt het duidelijk. Alle mensen met een wiegje lopen naar voren en dan wordt het wiegje en het Kindje Jezus gezegend. Daarna gaat het wiegje met Kindje mee naar huis en wordt thuis in de kerststal geplaatst. Wij gaan naar het hotel en naar bed, het is al 23 uur, wel erg laat voor ons. Morgen gaan we richting Bolivia.

Woensdag 25 december

Als we ’s morgens de gordijnen openschuiven, zien we dat het een beetje gesneeuwd heeft op de heuvels. Om 9.15 uur vertrekken we richting Bolivia. Bij Ilavo gaan we van de weg af richting meer. In de stad staan nog halve sneeuwpoppen. We rijden nog steeds op een hoogte van zo’n 3800 m. hoogte. Op de weg ligt allemaal rotzooi, stenen, stukken boom en elektriciteitsmasten. Het ligt allemaal zodanig dat we er nog net door kunnen. Aan het einde van de weg is een aanlegsteiger waar de vissers hun vis aan land kunnen brengen. In het meer liggen forelkwekerijen. We bekijken het allemaal en rijden terug. Onderweg komen we een fanfare tegen met in het gevolg een aantal mannen. Voor ons uit komt ook een fanfare, ze lopen elkaar tegemoet. Dan zwaait de ene groep af, door een hek heen een feestterrein op, waar hele stapels kratten bier staan. Daarna de andere groep. Op het feestterrein marcheren ze nog even door, zwaaien met kwastjes gemaakt van wol. Sommige mannen dragen mooie rode gordels. Het is in deze dorpen feest en ze komen dus blijkbaar bij elkaar om gezamenlijk kerstfeest te vieren. Als we weer op de grote weg komen rijden we door naar Juli waar volgens de gids van Liesbeth een hotel moet zijn. Om 14 uur vinden we het hotel, maar het is gesloten en de twee hostels in het stadje zijn slecht en vies, dus rijden we maar door richting Titicacameer. Vlakbij het meer lunchen we en overleggen we wat te doen. Dan komt er een man aan, Pablo, die zegt dat hij weet waar we kunnen kamperen. Liesbeth loopt met hem mee en de 3 auto’s rijden er achteraan. We komen na een paar honderd meter bij de plek die de man bedoelde. Het lijkt ooit een camping geweest te zijn. Er is een toiletgebouwtje en een huisje op het terrein. Maar helaas zit er op het toegangshek een groot slot en er liggen ook nog gigantische stenen voor de poort, dus dat feest gaat ook niet door. Pablo zegt dat we door moeten rijden en dan vast wel een mooi plekje kunnen vinden om te overnachten. Dat doen we maar en inderdaad vinden we een prachtige plek met een fantastisch uitzicht over het Titicacameer. We hebben geen tijd genomen om te lunchen, dus aten we maar vroeg ons kerstdiner: bruine bonen, doperwten, een ui en ansjovis met tonijn. Het smaakte prima. Na de afwas begint het te druppelen, dus rest ons niets anders dan naar bed te gaan. We liggen om 18.30 uur in bed en lezen nog wat, maar al snel gaan de luikjes dicht.

Donderdag 26 december

Om 6 uur is iedereen wakker. In de zon drinken we lekker een kop thee/koffie en genieten we nog van het uitzicht op het meer. Het waait een beetje en dat geeft mooie vegen op het meer. Een enkele visser is al uitgevaren. Om 8.30 u. rijden we weg richting Boliviaanse grens in Desaguadero. Onderweg krijgen we nog wat hagel en natte sneeuw. Om 10.10 uur komen we aan bij de Peruaanse grens. Het is weer een enorm gekrioel op straat, iedereen wil wat aan de passanten verkopen, die staan te wachten tot alle formaliteiten klaar zijn. De douane voor ons is geen probleem, ik moet even mijn gezicht laten zien en dan wordt er weer druk gestempeld. Dan moeten de auto’s Peru uit. Dat is minder makkelijk want doordat we bij het binnengaan van Peru de computer plat lag zijn de formulieren niet goed verwerkt. Er zijn toen kopieën gemaakt, maar is dus niets mee gedaan. Uiteindelijk bellen ze naar Tacna, waar we Peru binnenkwamen en komt alles toch nog goed. Na 1 uur zijn we klaar. In Peru hebben we 2800 km gereden. Nu nog de Boliviaanse grens.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
Peru deel 2 PDF Print E-mail

Reis door Peru deel 2

Maandag 16 december

Om 7.45 uur moeten we in Paracas in het hotel klaar staan voor een boottrip naar de Islas Ballestas. Als we zitten te wachten komt er een venter aan met hoeden in verband met de te verwachten “kaka” van de pelikanen. We hebben alle zes al een pet of hoedje dus kan hij niets aan ons slijten. We worden opgehaald door een gids en met nog een aantal mensen in een open boot geladen. Even na acht uur vertrekken we. Na een kwartiertje varen zien we eerst La Candelabra, een gigantische geoglyfe van een cactus. Hij is 150 m hoog en 50 m breed. Dan zwemmen er ineens dolfijnen rond de boot. De gids zegt dat we “lucky people” zijn want ze zijn er niet iedere dag. Dan varen we door naar de Islas Ballestas. Boven ons vliegen steeds zwarte sternen, boobies (een soort Jan van Gent) en aalscholvers. Zodra we bij de rotsen van de eilanden komen zien we zeeleeuwen liggen die luieren in de zon. De toppen en wanden van de rotsen zijn bezaaid met boobies met jongen. Bovenop een rots zien we ook nog Humboldt pinguins, die nogal klein zijn. Het is een prachtig gezicht en het weer werkt ook nog aardig mee. Een strak blauwe lucht maakt het plaatje compleet. We varen zo een tijdje om de eilandjes heen en genieten van al het moois. Helaas zijn de twee uurtjes zo om en zijn we om even over tien weer terug in Paracas. Net genoeg tijd voor een kop koffie, want om 11 uur gaan we op excursie met een busje naar het Reserva Nacional de Paracas. In het busje zit al een aantal mensen en er komen er, naast ons, nog een paar bij uit een ander hostel. Alle plaatsen zijn al bezet, dus hoe moet dat nu. Aan de zijkant van de vaste stoelen zitten nog opklapstoeltjes, die precies in het gangpad passen, dus daar gaan de jongelui op. Dan gaan we richting natuurpark. We zien La Catedral, een rotsformatie in zee die vroeger, met wat verbeelding, aan een kathedraal deed denken, maar na de laatste aardbeving van 2007 is een deel ingestort (Kees en Ton zagen de formatie nog voor de aardbeving). Dan rijden we naar Playa Roja, het rode strand. Het is inderdaad rood door kleine korrels rood graniet. We lunchen daar vlakbij aan de baai. Drie eten er ceviche, een Peruaans gerecht met vis, die in citroensap is gelegd. De vis wordt dus niet gebakken of gekookt. De anderen eten St. Jacobsschelpen op verschillende manieren klaargemaakt. Halverwege de maaltijd ruilen we van bord, zodat we de verschillende gerechten hebben geproefd. Na deze maaltijd keren we, via het splinternieuwe bezoekerscentrum, terug naar de stad. We rusten wat uit en om 18.30 uur verzamelen we op de boulevard in een restaurant. Een biertje en een wijntje en een heerlijke vismaaltijd besluiten deze mooie dag.

Dinsdag 17 december

Als we om 7.45 uur de auto’s uit de stalling halen miezert het een heel klein beetje. De straat wordt er niet eens nat van. Dit heet lokaal "de garoa". We moeten terug rijden richting Nasca. Onderweg drinken we nog koffie en om 13 uur picknicken we even van de weg af met een prachtig panorama. In Puquillo vinden we om 16 uur een hostel. Het lijkt wel aardig en er is niet veel keus. Doorrijden is ook geen optie want er is voorlopig niets meer en wild kamperen lukt hier ook niet omdat er geen beschutte plaatsen zijn waar we ons kamp op kunnen slaan. We maken een wandelingetje door het stadje, maar het is een armoedige troep. Een terrasje voor onze dorstige kelen is er niet en een kroeg ook niet. De kerk stelt niets voor, we kunnen alleen de entree in en dan is er een hek en het is donker in de kerk dus niets te zien. Op het plein zijn de mensen redelijk vriendelijk. Als wij groeten, groeten ze terug. Op de terugweg naar het hostel zien we een kroegje. Als we naar binnen willen krijgen we te horen dat we niet gewenst zijn, dus lopen we maar terug. Dan maar geen geld in het laatje. Naast het hostel is een restaurantje, dus gaan we daar maar naar binnen. Daar is bier en we besluiten daar gelijk maar te eten. De vrouw die ons bedient is vriendelijk. Ze rent naar de overkant waar een winkeltje is en komt dan terug met het nodige en gaat aan de gang in de keuken. In een sneltreinvaart heeft ze een redelijk maal in elkaar gedraaid. Liesbeth regelt bij haar voor de volgende dag nog broodjes om mee te nemen voor de lunch. Als we na het eten terug komen in het hostel, drinken we op de kamer van Charles en Riet met z’n zessen nog een fles wijn en gaan dan naar bed. Van slapen komt niet veel want onze kamers liggen aan de straatkant en het verkeer, waaronder veel vrachtverkeer, dendert de hele nacht door de straat, al of niet toeterend.

Woensdag 18 december

’s Morgens om 5.30 uur gaan de andere gasten, Braziliaanse Jehovagetuigen, al weg en begint men met het schoonmaken van de kamers. Bedden worden met veel lawaai verschoven en terug geschoven, dus gaan we er maar uit. We ontbijten weer bij de buurvrouw, die waarschijnlijk nog nooit voor Europeanen een ontbijt heeft klaargemaakt want ze heeft geen idee wat ze klaar moet maken. Ze vraagt wat we willen en we bestellen broodjes, iets van vruchtensap, koffie, thee, boter en wat jam. Dan vraagt ze of we ook nog kaas willen. Ja, dat willen we wel. Dan rent ze naar de overkant en komt met alles terug. Ze pureert papaya’s en ieder krijgt een grote mok vol. Het ontbijt smaakt prima, alleen de papaya is wat veel en de kaas is erg zout, maar is wel lekker. Dan vragen we om de broodjes voor de lunch en die is ze dus vergeten. Ze vliegt weer naar de overkant en komt met 15 broodjes terug. Dan zijn we klaar voor vertrek. Om 8.30 uur vertrekken we richting Abancay en Cuzco. We zijn nog maar net de stad uit of er zijn wegwerkzaamheden. Voor ons staan al vier vrachtwagens te wachten. Ton zet de motor uit en het wachten begint. Dan komt er een bus aanrijden en de chauffeur loopt naar de werkzaamheden en teruglopend meldt hij dat het tot 10.30 gaat duren. Daar worden we niet vrolijk van, want juist vandaag moeten we eigenlijk een flink stuk rijden. Een andere weg is er niet, dus moeten we maar gewoon wachten. We lezen wat en puzzelen wat of studeren in de reisgids. Om 10 uur kunnen we ineens doorrijden. We moeten bergopwaarts en hebben voorlopig een aantal vrachtwagens in te halen en de weg is bochtig. Als we ze eindelijk voorbij zijn, kunnen we rustig verder. Het landschap is schitterend. We stijgen tot 4500 m. hoogte. Overal lopen koeien, schapen en geiten en hoe hoger we komen hoe meer alpaca’s en af en toe guanacu’s. Soms is het even remmen geblazen want ze steken zomaar de weg over. We genieten met volle teugen van deze prachtige wereld. Dan komen we in een dal met een flinke beek. Er bloeien witte lelies en we zien bomen met roze pepers eraan. Om 16 uur rijden we door een dorpje dat Yaca heet en er staat een bord: camping. Het plan was om in Abancay in een hotel te slapen, maar we vinden alle zes kamperen veel leuker, dus stoppen we. Er zit een oude man op een steen en ik vraag of dat de camping is achter hem. Hij zegt ja en we rijden de camping op. Er staat niemand, dus we kunnen gaan staan waar we willen. We installeren ons en al gauw komt er een jongeman aan, Ricardo, de zoon. Hij stelt zich keurig voor en komt met boekjes over de omgeving aan. Ook zegt hij dat zijn moeder wel voor ons wil koken. Er staat ook een bord met daarop geschreven, dat ze kip en forel hebben. Dat lijkt ons wel wat, dus we zeggen dat we wel willen eten. Zijn moeder zal om 7 uur komen. Inmiddels komen er twee jonge mannen aan lopen ergens van achter het huisje en die gaan bij het lege zwembadje, naar ons liggen kijken. Ze vinden het allemaal blijkbaar nogal interessant. We zitten lekker in de zon, de temperatuur is prima en we lezen wat. Om  7 uur stopt er een auto en stapt er een vrouw uit, de moeder blijkt. Ze heeft tassen bij zich en gaat naar het huisje. De oude man komt terug met takken die hij ergens verzamelt heeft. De 2 jongelui gaan bij het huisje zitten en kijken door een raam naar een voetbalwedstrijd. Na verloop van tijd gaat Liesbeth eens polshoogte nemen. De vrouw blijkt ook Elisabeth te heten. Ricardo had haar wel gebeld, maar niet gezegd dat we met z’n zessen zijn, maar ze zal koken; aardappelen, rijst, biefstuk en salade. Liesbeth vertelt, als ze terug komt, hoe de keuken eruit ziet; een grote, donkere ruimte met naast de deur een grote tweepitter voor gas, in het midden een groot fornuis dat met hout gestookt wordt en waar bovenop twee pannen in kunnen zakken en in een verre hoek nog een oven gemaakt van klei. Op de voer voor de oven, die niet in gebruik is, liggen de takken. Het duurt en duurt en als Liesbeth weer gaat kijken moeten de aardappelen nog geschild worden. Na verloop van tijd ga ik ook maar eens kijken. Ze is verschrikkelijk vriendelijk, maar chaotisch in de weer. Ik vraag of ik kan helpen en ze vraagt of ik de sla wil klaarmaken. Dan rent ze weer heen en weer tussen koelkast en fornuis, waar inmiddels frieten in de olie liggen. Zelf is ze bezig om van een groot stuk rundvlees lapjes af te snijden op een dusdanige manier dat ik bang ben dat we ook nog mensenvlees te eten krijgen vanavond. Ik loop maar weer naar buiten, niet wetend wat te doen. Maar even later roept ze of ik de sla klaar kom maken. Dus ik weer naar de keuken. Ze spoelt een plank voor me af, geeft me een mes, tomaten en komkommers. Ik ga dus maar aan de gang. Ondertussen begint ze met een ritmisch gebaar de plakken vlees met een ronde steen te bewerken tot het flinterdunne lapjes zijn geworden. Als ik klaar ben met snijden, zegt ze dat ik limoentjes moet uitpersen boven de sla en peper en zout erop moet doen. Als dat gedaan is, begin ik maar aan de afwas van de spullen die ze tot nu toe heeft gebruikt en blijkbaar niet meer nodig heeft. Ondertussen proberen we een gesprek. Ze wil weten of ik ook op hout kook en of we in Nederland ook komkommers hebben en tomaten. Ik leg haar zo goed mogelijk uit dat bij ons de tomaten en komkommers in kassen groeien en dat ik op elektriciteit kook. Dat leek haar wel makkelijk. Zo keuvelen we wat en het is best gezellig zo in de keuken. De man bekijkt alles van een afstandje en zorgt voor het vuur en zo nu en dan loopt hij weg om tv te kijken, voetbal uiteraard. Dan gaan de lappen biefstuk in de pan. Er wordt geroerd en op de lappen gepord. Ondertussen heb ik borden ontdekt, pak er 6 en loop ermee naar buiten. Ze zegt waar ik bestek kan vinden. Zes vorken is geen probleem, maar er zijn maar 3 messen. Daar zullen we het mee moeten doen. De sla naar buiten en de frieten en dan loop ik terug voor het vlees. Ik houd een grote schaal (dienblad) op voor het vlees. Dan gooit ze er in de haast eentje naast en de hond staat op wacht. Ik kan nog net verhinderen dat hij het vlees te pakken krijgt, maar het ligt wel op de grond. Ze raapt de lap op, spoelt hem af onder de kraan, haalt er een vuile sopdoek langs en bakt hem dan gelukkig nog even goed heet door. Dan kunnen we aan tafel en het smaakt niet verkeerd. Alles gaat op. We hebben zelf een fles wijn meegenomen en die drinken we erbij. Zelf komt ze er even later gezellig bij zitten met haar bordje en we babbelen weer wat. Als alles op is en we opstaan willen we helpen met de afwas, maar dat wil ze niet. Dus dan maar tandenpoetsen en naar bed. Lekker nog wat gelezen en dan slapen. Einde van een prachtige, leuke dag.

Donderdag 19 december

Om 6 uur staan we op. De 2 jongemannen liggen alweer op de uitkijk. We doen maar net of ze er niet zijn. Het zijn mensen, die op de akkers werken. Na het ontbijt gaan we nog maar even gedag zeggen. Ze neemt ons mee en wil ons nog het één en ander laten zien. We zien een schuur met hokken met cavia’s die voorbestemd zijn om gebakken op een bord te komen. Na ca. 4 maanden zijn de cavia’s slachtrijp. Ook lopen er kippen rond. Dan neemt ze ons mee naar de groentetuin, waar maïs staat en boontjes net boven de grond komen. Ook zijn er fruitbomen zoals mango- en avocadobomen. Ze plukt 6 avocado’s, voor ieder stel 2. Dan nemen we afscheid. Ze bedankt me nogmaals voor de hulp. Dan vertrekken we, uitgezwaaid door Elisabeth. We rijden door het prachtige dal tot Abancay en gaan dan richting Cuzco. Ruim voor Cuzco slaan we af naar Urubamba, waar we om 15 uur aankomen. Het is even zoeken naar Camping Arco Iris, maar we vinden hem toch. Ton en Kees waren hier ook in 2007. De poort zit dicht, dus Ton belt aan. Dan komt er een vrouw, die de poort open doet. We rijden naar binnen en spreken af voor 3 nachten. Weer zijn we de enige gasten. Ton, Gerrit Jan, Charles, Liesbeth en Riet gaan in Ollantaytambo boeken voor de trein naar Machu Picchu en boodschappen doen. Ik ga ondertussen verder met de website. De vrouw, Mariëlla, moet weg, maar er komt een neef en een nichtje, die voor de hond zullen zorgen en waar we dingen aan kunnen vragen. Even later komen die dan ook aan en we maken kennis. Mariëlla maakt de douches nog even schoon, er wordt nog een gasfles voor het warme water gebracht en dan gaat ze weg. Om 18 uur komen de anderen terug. Liesbeth en Riet gaan koken en we nemen een aperitiefje. Morgen moeten we om 10 uur bij het station van Ollantaytambo zijn. We zitten lekker in een houten gebouwtje uit de wind en kunnen daar koken. Op tijd naar bed, morgen vroeg op.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
Peru deel 1 PDF Print E-mail

Reis door Peru, deel 1

 

Woensdag 11 december

Om 10.15 uur komen we aan bij de Chileens grens. Het is er erg druk en er staat een enorme rij voor de douanehokjes. Gelukkig zijn er een aantal loketten open waardoor het redelijk vlug gaat. Als we aan de beurt zijn, blijkt dat we allen een formuliertje hadden moeten invullen. We moeten dat kopen voor 1000 pesos (US $ 2) per persoon. We lopen dus maar naar het kantoortje waar ze die formulieren verkopen, vullen het in en melden ons weer bij hetzelfde loket. Gelukkig hoefden we niet weer achteraan in de rij aan te sluiten. Dan wordt er weer druk gestempeld en zijn we klaar. Nu moeten de auto’s nog uitgeklaard worden. Dat is een mannen- aangelegenheid. Ze verdwijnen in een kantoortje en komen om 11.30 uur weer terug  met veel stempelwerk. Liesbeth en Riet hebben inmiddels belegde broodjes gekocht in het restaurant waar ook de briefjes werden verkocht. We mogen nu Chili verlaten. Een klein stukje rijden en dan is daar de Peruaanse grens. Dan begint het van voren af aan. Papiertjes invullen, paspoorten stempelen en klaar. Dan wordt de auto aan een inspectie onderworpen. We hadden nog wat bananen, tomaten en uien in de auto liggen en die werden ingenomen, evenals een restje salami. Waarschijnlijk heeft de familie ’s avonds lekker gegeten. Dan moet al onze bagage eruit en op een karretje geladen. Daarmee moeten we door een scanner, wat een wassen neus bleek. De douanier had meer aandacht voor een kornuit waar hij mee zat te leuteren dan voor de bagage. Dan krijg je de rare situatie dat de auto nog in Chili is en wij al in Peru zijn. We mochten ook niet meer terug naar de auto. De mannen gaan dan met de mappen met alle papieren van de auto naar het kantoortje waar ze de auto moeten inklaren. De dames staan maar te staan bij de karretjes met bagage, geen stoel of bankje te bekennen. Op een gegeven moment ga ik op onderzoek uit en ontdek de heren in een kantoortje met een douaneambtenaar, die ernstig naar een computerscherm zit te staren. Als ik vraag hoe lang dat nog gaat duren, haalt Ton z’n schouders maar eens op. Ik loop terug naar Riet en Liesbeth en we staan maar weer te staan. Op een gegeven moment zien we op de stoeprand een meisje van ca. 4 jaar op de stoeprand zitten met een mooi rose rugzakje. Ze zit alles eruit te trekken, sorteert dan een beetje en begint weer terug in de rugzak te stoppen. Niemand in de buurt die de moeder zou kunnen zijn. Dan komt er een douanier aanlopen en vraagt aan de omstanders en ook aan ons of wij de moeder van het meisje zijn. Nou, nee dus. Dan komt er nog een douanier bij en samen staan ze naar dat kind te kijken, dat weer ijverig met haar rugzakje is. Dan komen er twee vrouwen aanlopen, één is duidelijk de oma. Ze pakt het kind bij de hand, helpt het met de rommel weer in de rugzak stoppen en dan komt ook de moeder er weer aan. Alle drie tegelijk wezen plassen blijkbaar. Ze stappen in een auto en weg zijn ze. Wij hebben wat afleiding gehad, maar zakken zowat door onze stutten. Ik ga maar weer eens bij die mannen kijken. De computer heeft kuren en de man kan niet in de gevraagde site komen en ze zijn nog steeds geen stap verder. Ik loop terug en ontdek ergens een bankje met drie zitplaatsen aan elkaar vast. Ik roep Liesbeth en Riet en ga zitten. Helaas zit ik precies in de schaduw op de wind en dat is best fris. Dus pak ik de bank op en sleep hem de hoek om, waarna we ons installeren met alle bagage om ons heen op het bankje. Ik had niet gezien dat we precies voor een deur zaten, die dicht was, maar natuurlijk open moest toen we ons net geïnstalleerd hadden. Dus schuiven we maar weer een eindje op. Nadat we daar een kwartiertje hebben gezeten komen de mannen met de papieren onder hun arm, de hoek om. Ineens is alles klaar. Ze vertellen dat er een hogere pief binnenkwam, die zei dat overal maar kopieën van moesten worden gemaakt en dat de man het dan later maar moest afhandelen, als de computer weer goed werkte. De rij wachtenden was ook al gegroeid en dat vond hij maar niks. Zodoende waren ze ineens toch nog klaar. Inmiddels was het al wel 13.20 uur.  Dik drie uur heeft het dus allemaal gekost. De tijd moet nu 2 uur terug gezet worden naar 11.20 uur, dus valt de schade mee. De mannen mogen nu de auto’s halen, waarna we de bagage weer in kunnen pakken en vertrekken. Bij een slagboom nog even een papiertje afgeven dat alles in orde is en dan kunnen we weer echt op pad. Eindelijk! We vervolgen onze weg richting Tacna, waar we eerst geld willen pinnen. We hadden gehoopt bij de grens onze pesos voor soles te kunnen inwisselen, maar dat kon niet. Er was wel een wisselkantoortje waar Liesbeth heeft geprobeerd om te wisselen, maar we konden alleen Peruaans geld krijgen in ruil voor dollars. Liesbeth, ook al een beetje gaar van het wachten, vond dat geen optie en dacht: bekijk het maar met je dollars. We zaten tenslotte ook nog met een dikke buidel  pesos waar we vanaf wilden. In Tacna dus maar op zoek naar een bank. Nergens een bank of pinautomaat te vinden. We vragen dus maar eens aan voorbijgangers naar een bank en iedereen verwijst ons naar de kathedraal in het centrum van de stad. Vlakbij de kathedraal moet een bank zijn. We rijden dus naar het centrum en vinden de bank. Maar nu nog ergens parkeren. Niets te zien, dus parkeren de mannen de auto’s maar gewoon langs de stoeprand. In de bank staat een gigantische rij, dus dat is geen optie. Dan maar pinnen, dan hebben we tenminste geld op zak. Dan hoor ik een fluitje en er staat een agente te gebaren dat we daar weg moeten. Gelukkig komt Ton net aanlopen en hij gaat naar de agente toe en legt de situatie uit en dat we niet weten hoe we die stad weer uit moeten komen. Ze loopt met Ton een eindje weg en even later stopt er voor onze auto een politiewagen, waarin de agente en twee collega’s. Ton komt ook weer aanlopen en stapt in. Dan worden we, onder begeleiding van de toerismepolitie, zoals op de achterkant van de auto staat geschreven, de stad uitgeleid. Fantastisch, we zouden het zelf niet zomaar gevonden hebben. Even buiten de stad lunchen we. Als we daarna net weer eens even lekker rijden, komt er weer een douanepost. Weer stoppen. Er komen 3 douaniers aanlopen, voor iedere auto één. Charles en Gerrit Jan zijn zo klaar, maar bij ons zijn er problemen. Ton laat het ene na het andere document zien maar niets is goed. Alles is no, no, no. Dan moet hij meelopen naar een kantoortje en komt de baas erbij. Dan blijkt alles in orde. De man die bij onze auto was gekomen wist helemaal niet wat hij moest hebben. De baas legde uit dat hij in opleiding was. Opgelucht gaan we nu eindelijk eens rijden. We rijden door de woestijn; zand en rotsen, geen groensprietje te zien. Af en toe in een dalletje waar een riviertje stroomt een groene oase, waar dan wat wordt verbouwd  zoals rijst en maïs. Zo nu en dan rijden we door gebergte, ook allemaal even kaal, maar erg mooi. Het gesteente heeft verschillende kleuren. Ook zijn er zandbergen waar onze duinen bij in het niet vallen. Dan komen we bij een enorme mijn, de Cerro Verde, waar in dagbouw koper, goud, zilver en uranium worden gedolven. Om ca. 18.15 uur rijden we Arequipa binnen. Het is al zo als goed als donker en de stad is groot. We willen naar een hotel in de Calle Jerusalén in het centrum. Ik heb een plattegrond van het centrum, maar aangezien er geen straatnaambordjes bestaan hier, schiet dat niet erg op. We komen in een buurt waar veel taxi’s staan en veel mensen op straat. Waarschijnlijk is er een busstation. We rijden nog even door maar de buurt wordt er niet beter op dus draaien we om en rijden terug naar de straat waar de taxi’s stonden. Ik stap uit en loop naar een taxi toe en vraag of de man ons voor wil rijden naar de Calle Jerusalén. Hij haalt zijn schouders op en roept een maat. Die luistert naar mijn gebrabbel en knikt ja. Ik haal de walkietalkie en vraag of Liesbeth, die ook wat Spaans spreekt, bij me in de auto komt zitten. Alleen met zo’n vreemde snuiter in de taxi vind ik niet zo’n succes.  Dan crossen we achter elkaar aan door de stad, die op een paar heuvels is gebouwd. De chauffeur houdt goed in de gaten of de auto’s hem kunnen volgen en zo nu en dan heb ik via de walkietalkie contact met Gerrit Jan die achteraan rijdt. Liesbeth, die voorin zit, probeert zo nu en dan een gesprekje te beginnen, maar dat wordt niet veel. Achteraf vertelt ze dat hij naar hasj stonk. Na ca. drie kwartier draaien we een straat in met eindelijk een naambordje en het is de Calle Jerusalén ook nog. Al gauw zien we het hotel. Ik schiet de taxi uit en ga eerst vragen of ze nog 3 tweepersoons kamers vrij hebben. Gelukkig is dat het geval. Ik loop terug naar de taxi en vraag hoeveel het kost. Hij antwoordt: 30 soles (€ 7,50). Ik heb alleen maar een briefje van 50 soles dus geef hem dat maar. Hij heeft tenslotte zijn best gedaan. Het hotel heeft een garage waar de auto’s veilig kunnen staan. Ze staan al geparkeerd voorbij de garage dus moeten de mannen eerst een blokje om rijden, want in de straat is één richtingsverkeer. Gelukkig verloopt dat zonder problemen. Ton gaat als eerste naar beneden, de garage is. Dat gaat goed, maar als Charles erin rijdt, blijkt dat hij naar een vak moet rijden waar hij eerst onder een balk moet doorrijden en aangezien er een tank vast op het dak zit, kan dat niet. Ook de auto van Gerrit Jan is te hoog. Via, via en na veel gewurm kan de auto toch op de gewenste plaats gezet worden, waarna de auto van Gerrit Jan voor de onze kan staan. Probleem opgelost. Om 20 uur staat alles op zijn plaats. We frissen ons een beetje op op de kamer en gaan dan in het restaurant van het hotel een hapje eten, vooraf gegaan van een heerlijk groot glas koud bier. Bij het eten drinken we een Peruaanse wijn, die we thuis gewoon door de gootsteen zouden laten lopen, maar we doen het er hier maar mee. Om 22 uur gaat ieder naar zijn kamer. Doodmoe van een hele lange, vermoeiende dag.

Donderdag 12 december

Om 8 uur zitten we alle zes weer fris aan het ontbijt. We besluiten om nog even wat van de stad te gaan bekijken voor we weer verder rijden. We bekijken de kathedraal en het grote plein daarvoor. Dan horen we muziek. Er komt een processie aan. Het blijkt een school te zijn. De kinderen en de onderwijzers keurig in uniform. De muziek wordt verzorgd door een paar mannen die er wat sjofel uitzien. Voor het beeld van Nostra Señora de Guadeloupe lopen meisjes in witte jurkjes. Het is een leuke optocht en de meisjes vinden het prachtig dat ze op de foto gezet worden. We doen nog wat inkopen en lopen dan naar het Monasterio de Santa Catalina. Eenmaal daar aangekomen is de tijd eigenlijk te kort om het te bekijken en keren we terug naar het hotel, waar we nog even koffie drinken voor we weer in de auto’s stappen. We vragen nog even bij de receptie hoe we het makkelijkst de stad uit kunnen komen richting Lima. Het wordt ons prima uitgelegd en we rijden dan ook zo de stad uit al hebben we daar wel nog ruim een half uur voor nodig. We lunchen nog ergens onderweg in het zand. Gelukkig hebben we een groot zeil bij ons zodat we niet in het zand hoeven te zitten. De rit voert weer door de woestijn afgewisseld met hier en daar in een dal een groene oase. Bij Camaná komen we langs de kust te rijden met prachtige uitzichten. Om 17 uur zijn we het zat en zoeken we een plaats om te slapen. Ton en ik zien even boven Ocoña een ongeplaveide weg die omhoog voert en achter een berg lijkt langs te lopen. Dat zou dus mooi een onbespied plekje opleveren om te kamperen. Als we omhoog rijden komen we echter op de vuilnisbelt terecht. We rijden er langs en komen een eindje verderop op een vlak stuk. De vuilnisbelt is niet meer te zien en niet meer te ruiken dus slaan we daar ons kamp op. We koken macaroni met een prutje. De wijn is op. we zitten daarna nog een tijdje buiten en genieten van een glaasje van de whisky van Gerrit Jan. Dan lekker slapen.

Vrijdag 13 december

Om 6 uur worden Ton en ik wakker. Als we uit de auto stappen hangen er ballonnen aan de auto en slingers en mijn stoel is versierd. Ik ben jarig vandaag. Nadat ik van iedereen de felicitaties heb ontvangen krijg ik een prachtige sjaal van alpacawol cadeau, gekocht in San Pedro de Atacama. We ontbijten rustig en uitgebreid met roereieren. Heerlijk! Om even over 8 rijden we weg richting Atico. Al gauw komen we aan de kust. Onderweg zie ik een winkeltje waar ze brood verkopen. We stoppen en Riet, Liesbeth en ik lopen terug naar het winkeltje. De vrouw staat buiten en zegt meteen: Holandesa. Hoe ze dat zo snel zag/wist is ons een raadsel. Ik koop wat koeken voor bij de koffie en tevens wat broodjes voor de lunch. Even voor Puerta Inca lunchen we op het strand. De golven van de branding zijn enorm en het water is koud. Ik zie een vogel lopen op het strand, een soort scholekster maar dan helemaal zwart. Terwijl ik een foto maak komt er een enorme golfuitloper die tot halverwege mijn bovenbenen komt en waardoor ik bijna mijn evenwicht verlies. Mijn driekwart broek is kleddernat. De zon schijnt en als we weer instappen is hij zo goed als droog. Het is heerlijk aan het strand; de zon schijnt en de temperatuur is prima, mede dankzij een windje van zee. Om 15 uur komen we aan in Nasca bij hotel Maison Suisse. Volgens de gidsen kunnen we daar op het hotelterrein kamperen en gebruik maken van de faciliteiten van het hotel. Er is plaats dus dat is mooi. Er staat nog een  camper met een Duits/Argentijns stel met 2 kinderen. De ballonnen die vanmorgen aan mijn auto hingen en nu achterin de auto liggen, trekken direct de aandacht van de kinderen. Als ik uitleg dat ik jarig ben vandaag, word ik door de Argentijnse meteen gefeliciteerd. Ik geef de kinderen een ballon en dan gaan eerst eens lekker een biertje drinken in de lounge van het hotel. Daarna gaan we onze auto’s eens uitruimen en ontdoen van veel zand. Dan onder de douche en lekker gezellig eten in het restaurant. Er is al een vlucht geboekt voor morgen om de Nascalijnen te bekijken, dus morgen ook weer een enerverende dag.

Zaterdag 14 december

Om 9 uur komt een busje ons halen om naar de luchthaven te brengen. Ton heeft het 7 jaar geleden al eens gezien en hij gaat niet mee. Hij gaat de website verzendklaar maken en de begeleidende foto’s uitzoeken. Het is bewolkt. Het busje is iets later, maar de luchthaven is vlakbij. Als we daar aankomen horen we dat het hele vluchtschema 2 uur achter loopt vanwege de bewolking. Gerrit Jan, die de gezamenlijke pot beheerd, betaalt de vlucht en dan worden we gewogen. We zitten onze tijd uit en gaan uiteindelijk om ca. half één het toestel in. Dan blijkt dat het wegen belangrijk is voor onze plaatsen in het vliegtuigje. De zwaarsten voorin en de lichtste achterin. Iedereen zit bij een raampje. We moeten nog even wachten op startvergunning, maar dan vertrekken we in de Cessna die geschikt is voor 5 personen en twee bemanningsleden. De Nascalijnen zijn een soort geoglyfen, die liggen op een vlakte van 500 km². In die vlakte liggen ca. 800 rechte lijnen en 300 geometrische figuren waaronder allerlei dierenfiguren. Deze figuren worden gemaakt door de zwarte stenen uit het zand te verwijderen en die langs de rand te leggen om zo de contouren van een figuur vast te leggen. Hoogst waarschijnlijk zijn ze gemaakt tussen 900 voor Chr. en 600 na Chr.  Men weet niet waarom ze gemaakt zijn. Er zijn verschillende theorieën over; het zou o.a. te maken hebben met waterstromen of een astronomische kalender. Als we eenmaal op een hoogte van ca. 500 meter zijn begint de draaimolen. Het vliegtuigje draait naar links, naar rechts om ons alles goed te laten zien. Zo nu en dan draait de piloot zich om, steekt z’n duim omhoog en vraagt of het goed gaat. We laten ons niet kennen en zeggen dat het prima gaat. We zien de kolibri, de handen, de boom, de aap, de spin, de astronaut, de condor en nog veel meer figuren. We worden door het van de ene zij op de andere zij rollen van het vliegtuigje allemaal, op Charles na, wat wit om de neus. Na een half uur wordt de landing ingezet en halen we weer opgelucht adem. De taxi wordt gebeld die ons eerst naar het verkeerde hotel wil brengen, maar gelukkig hadden we het gauw in de gaten, draaide de chauffeur om en waren we zo thuis. We lunchen met wat crackers, want niemand heeft echt trek. De anderen trekken zich terug in een hangmat of op een stoel met een boek en ik schrijf dit verhaal voor de website. De anderen gaan nog even boodschappen doen en komen om 17.30 uur weer thuis met o.a. een fles wijn en bier, die we ons weer eens goed laten smaken. Ze hebben een restaurantje gezien even voorbij de camping. Daar gaan we ’s avonds eten. Het hele gezin wordt gemobiliseerd; een oude vader snijdt de groenten, zoon kookt en dochter bedient. Charles en Liesbeth nemen rijst met garnalen, Gerrit neemt een rundvlees gerecht en Riet, Ton en ik een heerlijke gebakken tong. Het smaakt allemaal erg lekker. Op een geven moment komt er een jongen aan een tafeltje vlakbij ons zitten eten, de zoon van het echtpaar. Hij heeft het syndroom van Down. Als hij klaar is met eten en een beetje om zich heen zit te kijken, graaft Riet nog een overgebleven ballon op uit haar tas. Ze blaast hem op, legt er een knoop in en dan gaat Charles met hem de ballon heen en weer slaan. Hij vindt het prachtig. Eenmaal terug op de camping drinken we nog een glas wijn. De beregeningsinstallatie op de camping staat aan en heeft zoveel druk, dat het water de bungalow inspuit, die wij mogen gebruiken om te douchen. Gerrit Jan gaat er iemand bijhalen. De vloer in het huisje staat blank en we mogen een ander huisje gebruiken. Dan gaan we lekker naar bed, morgen gaan we weer op pad.

Zondag 15 december

Om 6 uur is iedereen wakker. Om 8.15 uur vertrekken we vanaf Hotel Suisse. Eerst nog even tanken en dan op pad richting Paracas, aan de kust. Als we weer over de Panamerican Highway rijden, gaan we dwars door het gebied van de Nascalijnen. Er staat een uitkijktoren en Ton, Gerrit, Charles en Riet klimmen omhoog. Een paar van de geoglyfen zijn te zien vanaf de toren. Daarna door naar het Museum van Maria Reiche, een Duitse archeologe, die heel veel onderzoek heeft gedaan naar het ontstaan van de Nascalijnen en er ook meer dan 50 jaar heeft gewoond. We bekijken het museum en rijden dan door naar Palpa, waar we brood kunnen kopen. Om 11.15 uur stoppen we voor de koffie met iets lekkers dat we in een winkeltje gekocht hebben. Het is erg warm, ca. 35º C. We hebben nu ca. 1800 km woestijn gezien en dachten dat we er nu uit waren, maar dat is niet zo. Het gaat gewoon verder met zand en keien, alleen de dalen met water worden wat groter. Er wordt van alles verbouwd: maïs, katoen, asperges en vooral veel druiven. Het is een raar gezicht; groene akkers, druivenplanten met hun voeten in het gloeiende zand en op de achtergrond kale bergen waar niets op groeit of bloeit. Rond Ica, waar we nu naartoe rijden, is wijnindustrie. We slaan dan ook maar wat in voor de komende dagen. Om 13.30 uur stoppen we onder een grote boom langs de weg om te lunchen. Het is niet de meest romantische plek zo langs de weg naar Lima, maar we hebben in ieder geval schaduw. Na de lunch weer door richting Paracas, waar we even na 2 uur aankomen. Ton heeft 7 jaar geleden, samen met zwager Kees, daar gelogeerd in Hostel Santa Maria. We gaan daar nu ook naar toe, een keurig schoon hostel middenin het dorpje en vlakbij zee. Als we ingecheckt zijn lopen we over de boulevard en drinken ergens een biertje. Het is tamelijk druk op het strand met voornamelijk Peruanen, die er een dagje van maken op zondag. Op de boulevard loopt een man met een emmertje. Even later komt er een pelikaan aangevlogen die neerstrijkt naast de man. Ze kennen elkaar en de pelikaan weet wat er gaat gebeuren. Mensen mogen met de pelikaan op de foto. Je moet daar uiteraard wel wat geld voor geven. De pelikaan krijgt dan een visje in de bek geworpen. Om 5 uur gaan Ton en ik terug naar het hotel, de anderen lopen nog even door. Om 7 uur gaan we met elkaar eten. Uiteraard lekker vis hier aan de kust. We laten het ons weer lekker smaken.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
Chili PDF Print E-mail

Reis door Chili

Vrijdag 6 december

’s Avonds om 6 uur drinken we een biertje/wijntje op ons terrasje bij de kamers. Daarna gaan we ergens eten. We hebben allen trek in een lekker stukje vlees na een aantal dagen zonder. We vinden een gezellige tent waar we heerlijk buiten kunnen zitten en waar een groot vuur brandt in een metalen kuip middenin de tuin. We genieten van een heerlijke maaltijd en een lekker glas wijn. Voldaan keren we terug naar het hotel, waar de poort al dicht is en niemand open doet op ons geklop. Een bel is er niet. We bonken maar eens harder en na verloop van tijd en verscheidene malen klopen gaat uiteindelijk de poort open. Voor we weggingen had Ton nog gevraagd hoe laat de poort dicht ging en als antwoord had hij toen gekregen dat ze 24 uur per dag open doen. Dat gebeurde dan uiteindelijk ook wel en toen vertelde men dat de poort om 9 uur ’s avonds dicht gaat. Dan blijkt dat er een uur tijdverschil zit tussen Bolivia en Chili en daar hadden we geen erg in gehad. We zetten allemaal ons horloge een uur vooruit zodat we morgen op tijd, 8.30 uur, aan het ontbijt zitten. Eenmaal op de kamer rollen we in bed en slapen al gauw.

Zaterdag 7 december

Om 7.30 uur loopt de wekker af en een uurtje later zitten we aan een heerlijk ontbijt. Daarna doen we wat boodschappen en lopen we even naar het postkantoor om wat kaarten te versturen. Veel versturen we er niet, want of het aankomt is niet zo zeker. Even voor 11 uur vertrekken we richting benzinepomp. Gelukkig is hier geen schaarste, maar we moeten wel een half uur wachten omdat er net bevoorraad wordt. We doden de tijd door een gesprekje aan te knopen met een Duits stel dat voor ons in de rij staat. San Pedro de Atacama is een klein dorpje waar veel toeristen komen vanwege het feit dat er veel excursies vandaan vertrekken zoals naar de Valle de la Luna en een aantal bestemmingen in de Andes. Na ongeveer een half uur rijdt de tankwagen weg en kunnen we tanken. De benzine is hier een stuk duurder dan in Bolivia en kost € 1,20 per liter. We tanken ruim 65 liter en betalen 54.007 pesos. Om 11.30 uur rijden we tenslotte weg bij de pomp richting Valle de la Luna. Het is een prachtige rit door werkelijk een maanlandschap. Hier en daar maken we een wandelingetje. Eén van de wandelingen gaat naar een grot. Op een gegeven moment wordt de doorgang wel erg smal en besluiten we terug te gaan. Charles gaat alleen door. Wij wachten vlakbij de auto’s op hem. Ineens horen we een kreet en staat Charles een eind boven de weg op een rots. Hij klautert naar beneden en vertelt dat hij een stukje buikschuivend heeft afgelegd. Zijn pink is geschaafd maar dat is zo verzorgd en dan vervolgen we onze weg. Bij de Tres Marias, een steenklomp waar je je met enige verbeelding drie Maria’s bij kunt voorstellen, maken we een foto van ons zessen. Een stel dat daar ook aankwam heeft de foto gemaakt. Het lijkt net of het licht gesneeuwd heeft, maar het wit wordt veroorzaakt door zout. Het wordt een aparte foto. De zon brandt, dus petje op. De rit eindigt bij de zoutmijn. Daar lunchen we en daarna lopen we een stukje de zoutmijn (dagbouw) in. Het lijkt net kwarts maar als ik een stukje afbreek en in mijn mond stop is het duidelijk dat het toch echt zout is. Daarna gaan we dezelfde weg terug en rijden terug naar het hotel. We drinken liters water want het is erg droog en warm ca. 30º C. Als het af en toe wat waait geeft dat wat afkoeling, maar in de luwte is het echt warm. Als we bij het hotel komen is er een hoop heen en weer gerij met de auto’s. Er is niet zo veel parkeerruimte dus als er iemand weg moet dan moet alles verschoven worden. De was is klaar dus we gaan allemaal opruimen. Morgen gaan we weer op pad.

Zondag 8 december

Om 9.30 uur willen we wegrijden, maar onze auto wil niet starten. Hij doet helemaal niets. Na onderzoek blijkt dat Ton vergeten is zijn lichten uit te zetten. We zijn bij daglicht gearriveerd gisteren en hebben er geen erg in gehad. ’s Avonds, toen we terugkwamen van het eten, hebben we het ook niet gezien. Waarschijnlijk was het toen al een klein pitje en dan nog met die door zand en stof bedekte achterlichten hebben we het toen ook niet opgemerkt. De auto staat zodanig geparkeerd dat het ook niet mogelijk is om er een andere auto naast te zetten en dan met startkabels, die we gelukkig in de auto hebben liggen, de motor weer aan de praat te krijgen. Dus eerst met een sleepkabel trekken en dan met  mankracht duwen de auto zodanig neergezet, dat Gerrit zijn auto er naast kan zetten en dan loopt de motor. Na iedereen bedankt te hebben voor de hulp en het toekijken vertrekken we uiteindelijk om 10.15 uur. We stoppen al gauw voor een kopje koffie, iedereen heeft dorst gekregen van alle consternatie. Als we weer onderweg zijn ziet Ton dat de benzinemeter aangeeft dat de tank bijna leeg is. Via de walkietalkie, die we in iedere auto hebben, informeer ik bij de anderen hoe het met hun benzinestand is. Beide auto’s zijn nog zo goed als vol. We begrijpen het niet, we hebben gisteren nog getankt! We hebben eventueel nog wat in de daktank zitten dus we rijden nog maar even door tot de eerstvolgende benzinetank in Calama. Dan blijkt dat er maar 25 liter bij kan. Conclusie: benzinemeter kapot. We rijden dan weer verder. De rit voert door de woestijn. Alleen langs de kant van de weg bloeit wat. Volgens Liesbeth, geografe, komt dat dankzij de uitlaatgassen van de auto’s waar waterdamp in zit. De rit gaat door een mijngebied, waar koper, zilver en goud gewonnen wordt, richting Chuquicamata. Om 15 uur vinden we bij Maria Helena een camping in een dalletje van de Rio Loa. Alleen langs het stroompje bloeit wat, verder is de hele omgeving zo kaal als een luis. De temperatuur is goed en we zitten in de schaduw van oude bomen. We genieten na al het stof van een lekker biertje of colaatje. We maken de auto slaapklaar en genieten dan nog even van de frisse lucht. Om 22 uur naar bed. Wat een luxe!

Maandag 9 december

Om 7 uur staan we op en om 8.30 uur rijden we weg. De weg voert ons door de Atacamawoestijn. Nu groeit er helemaal niets meer, het is helemaal kaal. Geen plantje of boompje, helemaal niets. We rijden wat hoger tegen de berghelling en zien alleen in het dal hier en daar wat groen. Als we om ca. 10 uur bij de oase Quillagua aankomen besluiten we naar beneden te rijden om te zien of we daar wat brood e.d. kunnen kopen Er is geen winkel in het dorp te vinden. We vragen nog maar eens aan een man op een bankje die meteen actief wordt en ons naar een restaurantje, dat dicht leek, brengt. De deur gaat open en we kunnen eten. Maar we willen helemaal nog niet eten. We vragen dan maar naar koffie. Gelijk volgt weer de vraag of we ook wat willen eten. We vragen dan maar om wat broodjes met kaas om mee te nemen. De man deelt de bevelen uit. Er wordt een tafel schoon gemaakt en al snel komt er een glazen kan met een troebele, bruine substantie: de koffie. De grote mokken zijn schoon dus schenken we de koffie in. Er zijn een paar koffiebonen overheen gevlogen maar verder zit er niet veel smaak aan. Dan komen de broodjes; lekker warm en goed met kaas belegd. We eten er toch maar een paar op en bestellen er nog meer om  mee te nemen. Dan gaan we weer verder tot we bij een grensovergang komen naar een andere provincie. De mannen moeten even de papieren laten zien, maar gelukkig zijn ze snel klaar. Door maar weer. Om even over twaalf tanken we in Victoria en rijden dan weer verder naar de geoglyfos de Cerros Pintados. Geoglyfen zijn tekeningen die tussen 500 voor Chr. en 1400 na Chr. Zijn gemaakt. De zandkleurige berghellingen liggen vol met zwarte stenen. De toenmalige bewoners hebben de zwarte stenen gebruikt om de contouren te maken van figuren (zie foto in de fotogalerij). Verbazingwekkend is, dat ze tot op heden nog steeds goed zichtbaar zijn. Als we eindje van de weg af zijn gereden richting geoglyfen staat er een huisje waar we entree moeten betalen, maar er zit niemand. Op het bord staat dat ze ’s maandags gesloten zijn. Dat vinden we niet zo geslaagd. Er is een slagboom maar daar zit geen slot op, dus we doen de slagboom omhoog en rijden door. Halverwege de grote weg en de geoglyfen is een verlaten uitspanning. Een rieten dakje boven betonnen tafels en stoelen. In geen velden of wegen is er iemand te zien. Wel staat er een paar verroeste treinwagons die ooit eens gebruikt zijn voor het transport van zout uit een zoutmijn. We eten onder het afdak de in Quillagua gekochte broodjes op en rijden dan verder richting geoglyfen. We lopen er rond, maken foto’s en lopen dan weer terug naar de auto’s. We rijden terug naar de grote weg en vervolgen onze weg richting Pozo Almonte, waar we om ca. 15 uur een camping vinden. Eigenlijk is het een in aanbouw zijnd bungalowpark, maar we mogen er staan en van de sanitaire voorzieningen gebruik maken. Het stelt allemaal niet zoveel voor, ook al is het nieuw, maar het is er wel. ’s Avonds eten we een prutje van de in Cochabamba op de markt gekochte paddenstoelen. Het zijn net kiezelsteentjes om te zien en we moesten ze een half uur koken volgens de vrouw waar we ze bij kochten. Eerst zei ze 24 uur en toen ze onze reactie zag van: “dan maar niet” werd het ineens een half uur. We hebben toch maar wat gekocht toen en we willen ze nu eens opeten. Riet heeft ze vanmorgen al een goed half uur laten koken, dus moet het lukken. Ze smaken nergens naar en zijn nog steeds hard, ook al heb ik ze nog een tijdje gebakken. Na het eten een stukje gewandeld, waarbij blijkt dat er bij de “camping’’ een boomkwekerij hoort. Er worden o.a. Tamaruga’s gekweekt, een boom met oppervlaktewortels en een lange penwortel van 10 m diep. Dus kunnen ze met en zonder (grondwater) regen overleven.  Vroeg weer naar bed.

Dinsdag 10 december 

Om 7 uur staan we op en om half negen rijden we weer. In het dorp Pozo Almonte boodschappen gedaan. Dan de hele dag door allerlei soorten woestijn (zand, grote rotsen, kleine rotsen, vlak, bergen, diepe grote kloven) naar Arica. De kerk van Eiffel, gebouwd na een grote tsunami, ging net dicht. Biertje gedronken op een terras en lekker vis gegeten.

Woensdag 11  december

Om half negen vertrokken we richting Peruaanse grens tussen Arica en Tacna. We hebben in Chili ca. 900 km gereden over meest goede wegen. Overdag warm, ’s nachts fris, goed om te slapen.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.