NL / DE / EN
  • Nederlands
  • Deutsch
  • English
Main Menu
Home
Who are we?
Preparations
North America
Central America
South America
South America 2010
South America 2013
Home again!
Sold: Land Rover
Photobook
Guestbook
Contact us
Links
Visitor counter

Random picture
Sunday, 27 September 2020
Home arrow South America 2010
South America 2010
Brazilie 2; van Holambra naar huis PDF Print E-mail

Brazilie 2: van Holambra naar huis

Vrijdag 3 december 2010. Vandaag gaan we op bezoek bij Bep en Will Christians, die we nog kennen uit onze Braziliaanse tijd. Toen woonden ze net als wij in Campinas, maar ze zijn nu verhuisd naar Holambra. Ze wonen naast een soort verzorgingscentrum in een eigengebouwde aanleunwoning. Het blijkt dat ongeveer iedereen die we nog van vroeger kennen nu hier woont. Ze zijn beiden nu in de tachtig en Will heeft de ziekte van Parkinson gekregen. Bep is nog geen steek veranderd. Het is een heel geanimeerde middag en we spreken af zondag ergens te gaan lunchen. Ook zien we Ben Herbers en we spreken af voor de volgende dag. Zeven jaar geleden is zijn vrouw overleden en dit jaar zijn zoon. Nu proberen zijn dochters die in Nederland en Duitsland wonen hem over te halen naar Nederland te komen, maar dat vindt hij een moeilijke beslissing.

Zaterdag 4 december. Met Ben naar zijn vroegere bedrijf gegaan. Dat was een sinaasappelplantage, maar nu is een groot deel van de bomen gerooid en worden er groenten verbouwd. Op het bedrijf wordt alles verpakt en kant en klaar voor de detailhandel gemaakt. Het woonhuis is kantoor geworden. Er ligt zelfs asfalt tot de poort! We rijden in de omgeving van en door Holambra, dat stukken groter is geworden. Toerisme is nu belangrijk geworden, met een nagebouwde Hollandse molen en huizen met trapgeveltjes. We lunchen na de rit nog gezellig met Ben en gaan daarna terug naar het hotel. Het is warm dus gaan we lekker zwemmen en wat luieren. Aan het einde van de middag de gebruikelijke donder- en plensbui, waarna we het een paar uur zonder elektriciteit moeten doen.  

Zondag 5 december. We gaan naar de chácara (buitenhuis) van Bep en Will. Nadat we een wandeling over het terrein, bijna 3 ha., hebben gemaakt drinken we op het terras een caipirinha en gaan daarna lunchen bij een manege. Jammer dat Will’s stem zwakker is geworden, want in combinatie met geroezemoes en mijn ouder (lees zwakker) wordend gehoor is conversatie niet gemakkelijk. Na de lunch gaan we weer op tijd terug naar het hotel en zwembad, want het is onze laatste vakantiedag.

Maandag 6 en dinsdag 7 december. Onze laatste dag: inpakken en uit Holambra op weg naar het vliegveld van São Paulo, Guarulhos, ca. 150 km. We nemen er ruim de tijd voor want de wegen zijn nogal veranderd met rondwegen om Campinas en een nieuwe grote ringweg om São Paulo, maar gelukkig is alles goed bewegwijzerd. De parkeerplaats van het verhuurbedrijf is moeilijk te vinden, maar een vriendelijke shuttlechauffeur wil wel even voorop rijden. Dus hebben we zeeën van tijd om een boek te kopen; helaas is de rij Engelse boeken nogal kort, maar één boek is genoeg voor de vlucht naar Amsterdam. We arriveren op tijd in Amsterdam en daar staat Rob klaar om ons op te halen. Helaas heeft hij een vervelende mededeling: in onze afwezigheid, kort na ons vertrek, is er ingebroken in ons huis. Dus dat houdt ons weer even van de straat…..

We kunnen terugkijken op een fantastische reis, waarin we weer veel gezien en beleefd hebben.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
Brazilie 1 PDF Print E-mail

Brazilië 1

Donderdag 25 november. Om 3.30 uur loopt de wekker af in La Paz. Om vier uur staat de taxi voor de deur, maar de wacht slaapt, dus die moet eerst per telefoon gewekt worden om het hek open te maken. Dan begint de rit naar de luchthaven. Met een gangetje van 80 tot 100 km per uur scheuren we door de stad. Alle rode stoplichten worden genegeerd, bochten worden schoksgewijs genomen. Ietwat witjes om de neus kwamen we om 4.30 uur op de luchthaven. De rit kost 80 bolivianos (€ 8,-). Ton geeft 100 bolivianos en wacht tot hij het wisselgeld terug krijgt met de bedoeling dan de tip te geven, maar er komt geen geld terug. De chauffeur heeft zijn record verbroken, in een half uur naar het vliegveld, en vindt dat hij die extra 20 Bs wel verdiend heeft. We laten het voor wat het is en gaan de terminal in. De incheckbalie is nog gesloten, dus zakken we maar ergens neer. Het wachten kan beginnen. We hebben onze vlucht al eerder in La Paz gereconfirmeerd en toen ook stoelen toegewezen gekregen, dus haast hebben we niet. Om 7 uur vertrekken we volgens schema richting Santa Cruz, waar we een uur later landen.  Om elf uur vliegen we van Santa Cruz naar São  Paulo, waar we om 15.30 uur landen (2 uur tijdverschil). Op de luchthaven willen we eerst geld halen. Vervolgens willen we van een grote tas af, waarin onze kampeerspullen en thermokleding zit. Dat hebben we in Brazilië niet nodig, dus dat is alleen maar ballast. We zoeken een opslag op, die we snel vinden, en regelen de opslag. Dan op zoek naar de auto, die we via internet hebben besteld. In de bevestiging staat dat de man, die de auto zal afleveren bij een meet and greet point op ons zal wachten. We vinden nergens een meeting point en bij navragen bij een info balie blijkt er geen meeting point te bestaan. Er is wel een kantoor waar autoverhuurbedrijven zoals Hertz en Avis een balie hebben, maar het bedrijf waar wij een auto gehuurd hebben vinden we niet en de andere bedrijven zeggen dat niet te kennen. Gelukkig staat er op de e-mail wel een telefoonnummer en we nemen contact op met het verhuurbedrijf. Ze komen ons met een busje ophalen en vervolgens scheuren we weer met een flink gangetje van de luchthaven via de Dutra (autosnelweg met die naam) naar een centrum waar autoverhuurders zitten. Daar eenmaal aangekomen verloopt alles vlot. We hebben langs de Dutra een hotel geboekt, maar dat ligt precies aan de andere kant van de Dutra en even oversteken is er niet bij. Daar komt nog eens bij, dat als we net onderweg zijn, er de ons bekende tropische onweersbui losbarst. Dus alle verkeer vast, bomen over de weg, maar na een uur zijn we dan de Dutra overgestoken. Morgen gaan we richting Rio de Janeiro, waar onze dochter Marianne vier maanden zit vanwege een onderzoek dat ze doet in het kader van haar studie antropologie. Ze is er nu één maand en we willen haar bezoeken, kijken waar ze woont. Als we daar dan toch zijn, willen we ook projecten bezoeken, waar Ton en ik vanwege verschillende bestuursfuncties bij betrokken zijn. Deze projecten zijn van IBISS, een stichting die zich bezig houdt met hulp aan jongeren in de favela’s op allerlei terrein; huiswerk cursussen, medische zorg, hulp aan tienermoeders en hun kinderen. Te veel om op te noemen. Ook proberen mensen van IBISS jongeren uit de criminaliteit te halen, wat ook regelmatig lukt. Directeur van de stichting is de Nederlander Nanko van Buuren, die wij al jaren kennen. Met hem hebben we een afspraak om projecten te gaan bezoeken in Vila Cruzeiro, een grote favela. Tevens zullen we Terra Encantada bezoeken, één van de twee favela’s waar Marianne haar onderzoek doet.

Als we in het hotel in São Paulo aangekomen zijn krijgen we van twee kanten waarschuwingen over wat er gaande is in Rio. Van Rob is er een e-mail over de onrust in met name Vila Cruzeiro en van Marianne krijgen we een SMSje dat het erg onrustig is in Rio. Op  belangrijke wegen in de stad worden door criminelen auto’s en bussen gedwongen te stoppen, de passagiers moeten met achterlating van al hun spullen onmiddellijk het voertuig verlaten, waarna de auto/bus in brand wordt gestoken door middel van het gooien van een zelf gemaakte ‘’banana de dynamite’’ of molotovcocktail. We spreken af, dat we vlak voor Rio contact zullen opnemen met Nanko van Buuren, die over het algemeen wel weet wat waar gebeurt. Hij zal ons dan de meest veilige route opgeven. We eten nog een hapje in het hotel en gaan dan lekker slapen. De dag was lang.

Vrijdag 26 november. Om een uur of negen rijden we bij het hotel weg richting Rio de Janeiro (Rio). Het is ca. 420 km. rijden van São Paulo naar Rio. We moeten nog een kaart hebben van de stad, maar in São Paulo is geen stadsplan van Rio te koop. Onderweg vragen we nog een paar keer bij een benzinepomp, maar nergens is er een kaart te koop. Uiteindelijk, in de staat (Brazilië is een Federatie van staten) Rio de Janeiro, slagen we erin er één op de kop te tikken.

Algemene korte info Rio de Janeiro: Rio stad heeft 7,2 miljoen inwoners, groot Rio (incl. voorsteden) 13,8 miljoen. Er zijn ca. 1400 favela’s ( 5 miljoen inwoners) in groot Rio. In de meeste favela’s is het rustig en is de criminaliteit niet groter dan in de rest van de stad en hebben de mensen gewoon werk. In 60 van de favela’s is sprake van een staat binnen de staat. De politie heeft daar niets te vertellen, komt er zelfs niet binnen. De drugsbendes heersen daar. Ca. 95 % van de bevolking in deze favela’s zijn gewone hardwerkende mensen, maar een kleine 5 % is crimineel, leeft van de drugshandel en zware criminaliteit. De groepen criminelen bestaan uit een grote baas, een groep die hem beschermt (de soldados) en de traficantes (drugsrunners). Zij bepalen met z’n allen wat er gebeurt in de favela’s en hebben de macht. Nu de wereldkampioenschappen voetbal en de Olympische Spelen in Brazilië gaan plaats vinden wil de regering de criminaliteit, die toch zo schadelijk is voor het aanzien van Rio, voor eens en voor altijd aanpakken. Althans dat hoopt men. Grote aantallen zwaar bewapende politiemensen, militairen en mariniers zijn de favela Vila Cruzeiro binnen gevallen met tanks, pantservoertuigen en auto’s. Vila Cruzeiro ligt tegen een berghelling aangebouwd. De politie etc. hebben alle toegangswegen afgesloten en zijn de favela ingetrokken met de bedoeling de criminelen op te pakken en te arresteren. Zij laten zich echter niet zomaar oppakken en zijn de berg opgevlucht. Aan de andere kant van de berg ligt weer een favela, Complexo do Alemão, waar ze heen willen vluchten, maar de politie is daar ook binnen getrokken en zo ontstaat er een heuse oorlog binnen de twee favela’s.

Even voordat we Rio bereiken bellen we met Nanko, die ons vertelt dat alle wegen vrij zijn en dat het redelijk rustig is. We rijden inderdaad zonder grote problemen richting hotel. Wat wel opvalt is de enorme aanwezigheid van de politie en militairen. Twee keer komen we in een file terecht vanwege een controlepost. Er wordt in de auto gekeken en we mogen weer door. Wel zien we dat sommige auto’s aan de kant moeten, hun kofferbak moet open en soms worden de inzittenden gefouilleerd. Na wat omzwervingen vinden we ons hotel, sms-en naar Marianne dat we aangekomen zijn en dat we een biertje gaan drinken op de hoek. Vlak voor ons hotel staan ook weer zes zwaar bewapende politieagenten. Af en toe houden ze een auto aan. Al gauw komt Marianne en een tijdje later komt Nanko ook. We drinken met z’n vieren een paar biertjes en bekijken wat er allemaal langs ons terrasje schuift. Maar vooral praten we over wat er allemaal gebeurt in Rio. Nanko vertelt dat in Vila Cruzeiro het redelijk rustig is. De politie en militairen lijken daar nu de macht in handen te hebben. We spreken af dat Nanko ons de volgende ochtend om elf uur komt halen en dan zien we wel hoe de situatie is en wat de mogelijkheden zijn. Marianne gaat met de bus naar huis.

Zaterdag 27 november. Na het ontbijt gaan we even de straat op en doen een boodschap. Geld pinnen mislukt, omdat de bank zijn deur voor de flappentapper heeft gesloten. Ik word aangesproken door een travestiet, een broodmagere man met een baard van een paar dagen, gekleed in een jurk en wiebelend op een paar hoge hakken. Hij wenst me goedemorgen, dus wens ik hem goede morgen en dan is hij niet meer weg te slaan. Hij loopt met me mee en praat maar door met tot slot de mededeling dat hij niet gegeten heeft en geen geld heeft. Ik heb echt geen geld op zak en zeg hem dat dan ook. Of hij me gelooft weet ik niet, maar gelukkig komt Ton, die wat achter was geraakt en dan verdwijnt hij. Om elf uur komt Nanko en rijden we naar Vila Cruzeiro. Aan de rand van de favela worden we aangehouden en in eerste instantie mogen we de wijk niet in. Vanuit de auto zien we tanks en pantserwagens heen en weer manoeuvreren en zwaar gewapende militairen en politie heen en weer lopen. De bewoners staat aan de kant van de weg alles gade te slaan. Op een gegeven moment heeft Nanko iemand kunnen overtuigen dat we wel de wijk in willen omdat daar een project is wat we willen zien. We worden doorgelaten en rijden Vila Cruzeiro in.  Voor het gebouw van IBISS stappen we uit de auto en zien, dat een deel van de buitenkant zwart beroet is. We lopen een gangetje in en zien daar op de grond zwart geblakerde verbrande motoren liggen. De bandieten, op de vlucht voor de politie, waren op gestolen motoren het steegje langs het pand van IBISS ingereden, maar reden zich daar klem. De motoren hebben ze achtergelaten en ze zijn te voet verder gevlucht, de berg op. De motoren zijn door de politie gelijk in brand gestoken om te voorkomen dat ze weer gebruikt zouden worden. De politie heeft 42 ton marihuana gevonden en 300 kilo cocaïne en een productielaboratorium. De buitenmuur en de aangrenzende keuken zijn zwart geblakerd. We bezoeken het project en als we klaar zijn gaan we naar buiten. Aan de overkant is een barretje, waar mensen wat staan te drinken. Nanko wordt begroet en we sluiten ons aan bij de groep. Af en toe horen we schieten. De criminelen zitten bovenop de berg en zitten daar min of meer ingesloten. Eén heeft zich overgegeven aan de politie en een ander is ontsnapt. Hij had een zwart jasje aan en een wit shirt. Ergens heeft hij een bijbel gestolen en met de bijbel onder zijn arm, zich voordoende als priester, loopt hij ondertussen militairen en agenten zegenend naar beneden en weet zo te ontkomen. De militairen nemen een afwachtende houding aan en geven zo de criminelen de kans zich over te geven. Gebeurt dat niet dan zullen ze de berg bestormen hebben ze al gezegd. Als we op straat voor de bar een biertje staan te drinken, gaat onze telefoon. Rob, onze zoon, belt met de mededeling niet naar Vila Cruzeiro te gaan. Ik schiet in de lach en vertel hem dat we midden in Vila Cruzeiro een biertje staan te drinken op straat. Hij vertelt ook over de kou in Nederland. Dat wordt straks weer even wennen. Op een gegeven moment worden we aangesproken (duidelijk buitenlanders) door twee journalisten van het weekblad Veja (soort Elsevier). Ze willen weten wat we daar doen en hoe we daar komen. We vertellen van de projecten en van Nanko, waarop ze uiteraard een interview met Nanko willen. Ondertussen nog meer bier. Zonder te vragen of je nog wil is je glas alweer vol. Als Nanko klaar is en wij inmiddels bol staan van het bier, vertrekken we uit Vila Cruzeiro. Het was een hele rare belevenis. We stonden in een situatie die we gelukkig niet gewend zijn, te midden van tanks, zwaar bewapende mensen en horen regelmatig geweerschoten, maar toch waren we absoluut niet bang. Dat kwam niet doordat we zulke helden zijn, maar omdat de mensen om ons heen ook niet verblikten of verbloosden. De sfeer was ontspannen en men was volop bezig de rotzooi op te ruimen. De enigen die wat gespannen leken waren de militairen en de politie, die steeds met opgeheven geweer en rondspeurend door de straten liepen, niet wetende waar de volgende aanval/kogel vandaan zal komen. Later lezen we in de krant dat er uiteindelijk 123 traficantes zijn opgepakt, maar dat er 600 zijn ontsnapt via de regenwaterafvoer. Van Vila Cruzeiro rijden we naar de wijk waar Marianne woont, een rustige wijk waar niets aan de hand is. Ze heeft wel het schieten gehoord van de aanval op Vila Cruzeiro, maar ver weg. Ook zijn er steeds helikopters in de lucht. Het appartementje ziet er redelijk uit. Ze heeft een fornuis in een tweedehands winkel gekocht en wat meubels te leen van Nanko en zijn vrouw Anna. Het enige probleem is de watervoorziening. Op het moment dat we haar bezoeken heeft ze al een paar dagen geen water. Ze doucht bij een vriendin, een Nederlands meisje, dat na haar studie medicijnen een tijdje bij IBISS gaat werken. Met Marianne gaan we naar Terra Encantada, ( ca. 5.500 inwoners) één van de twee favela’s waar Marianne haar onderzoek doet. Ook daar is een project van ons dus lopen we eerst met Nanko het project door. Dan gaat Nanko het één en ander regelen en wij lopen met Marianne, die inmiddels al redelijk thuis is in de favela, door de wijk heen. Ze laat ons de wijk zien. Soms wordt ze door kinderen aangeroepen: “Tia” (tante, iedere vrouw die ze kennen is tia) en zwaaien dan naar haar. Veel huisjes zijn al van steen, maar af en toe staat er nog een hutje tussen gemaakt van golfplaat en karton. We zien de slaapplaats van een alcoholist, die bestaat uit een matras op de grond met een stukje golfplaat er boven. Verder niets, geen muren, niets. Het stukje golfplaat hangt nog scheef ook, zodat bij regen alles op de matras terecht komt. Zo komen we bij een vrouw, waar Marianne veel contact mee heeft. Ze heeft zes kinderen gehad, waarvan er één is doodgeschoten. De vrouw is psychiatrisch patiënt. Als ze haar medicijnen inneemt gaat het goed en regeert ze in de favela als een koningin. Ze verdient wat door het bakken van taarten. Ik krijg twee zoenen, Ton een hand en vervolgens loopt ze met ons mee op onze route door de favela, constant pratend met Marianne en andere bewoners toeroepend dat we de ouders zijn van Marianne. We zien een hangbrug over een rivier tevens open riool. De brug is gemaakt door studenten van de TU Delft van materiaal dat ze voor een deel in de favela hebben gevonden. Naast de brug ligt het vuilnis tot aan de rivier. De vuilniswagen kan niet in de smalle ongeplaveide straatjes van de favela komen en de containers staan aan de rand van de wijk. De rivier is dichterbij, dus wordt daar veel vuilnis gedumpt. Onze wandeling eindigt uiteraard weer bij een kroeg, waar Nanko al op ons wacht en ook het bier. In jaren niet meer zoveel bier gedronken en weigeren is er niet bij. Als we daar zitten sluit de vrouw van Nanko, Anna, zich bij ons aan in gezelschap van een andere Nederlandse vrouw, een antropologe, die ook werkt bij IBISS. Met z’n zessen gaan we eerst nog op bezoek bij een medewerker van Nanko, die gebeld had dat een vriend van hem waarschijnlijk bij de gevechten is doodgeschoten. Weer bier! Dan gaan we ergens gebakken vis eten, een restaurantje gewoon op straat, maar heerlijke, verse vis met wat sla en een gezellige sfeer. Weer bier! Daarna gaan we nog naar een feestje van de dochter van één van de coördinatoren van IBISS. De dochter is 15 jaar geworden en dat is in Brazilië een speciale leeftijd. Dit geldt alleen voor meisjes, niet voor jongens. Er wordt dan een groot feest gegeven in een restaurant, iedereen op chique, cocktailjurken. De mannen hoeven niet speciaal gekleed te zijn, maar de dames zijn echt helemaal opgedoft. Daar komen wij dan aan in onze vakantie-outfit en we zijn redelijk plakkerig van de vochtige warmte. We worden hartelijk ontvangen, door de andere gasten wel bekeken (vreemde snuiters). Nanko en Anna praten met wat bekenden, maar al gauw gaan we weer weg. Nanko heeft even zijn neus laten zien, maar morgen vliegt hij waarschijnlijk, afhankelijk van de situatie, naar Nederland. Als er onderhandeld moet worden tussen criminelen en politie dan zal Nanko niet weggaan. Maar in de loop van de avond blijkt al dat er waarschijnlijk niet onderhandeld zal worden en dat de politie de volgende dag het Complexo do Alemão zal proberen te veroveren. Nanko brengt ons terug naar het hotel en moet dan nog naar Vila Cruzeiro. Als we richting hotel lopen, komt het mannetje (ruim 70 schat ik), die ons gisteren bediende in het restaurant waar we met z’n vieren bier dronken, aangerend. Hij roept dat we weer bier moeten komen drinken. Marianne haakt af, wij gaan samen nog maar even een biertje drinken, maar na ééntje houden wij het ook voor gezien en gaan slapen. Het was een vermoeiende dag.

Zondag 28 november. Vandaag gaan we met Marianne naar Ilha Grande, een eiland voor de kust tussen Rio en São Paulo in. De boot die we moeten hebben vertrekt om 13.00 uur en het is best nog een stuk rijden. We vertrekken vroeg uit Rio en komen de stad zonder problemen uit, alleen weer controleposten. Het is een mooie rit langs de kust. We zetten de auto in een bewaakte parkeerplaats, eten een broodje, kopen kaartjes en om 13.00 uur zitten we op de boot, een grote catamaran. De overtocht duurt vijftig minuten. Eenmaal op het eiland zoeken we een hotelletje in het dorpje Vila do Abraão en installeren ons daar. ’s Middags drinken we onze eerste caipirinha van het jaar op een terrasje met zicht op de haven. ’s Avonds slenteren we door het dorpje op zoek naar een gezellige eettent. Dat is geen probleem er zijn er genoeg. Ilha Grande leeft van het toerisme. Het eiland is begroeid met Atlantisch regenwoud en heeft prachtige strandjes. Na de maaltijd gaan we lekker slapen.

Maandag 29 november. We hoeven niets vandaag, dus we staan rustig op en gaan ontbijten. Lekker vers fruit, meloen en papaya en een glas vers sinaasappelsap, verse broodjes en bananentaart. (Oh, die weegschaal straks). Terwijl we daar zo op de warande zitten met uitzicht op de haven gaat er in de baai een enorme cruiseboot voor anker (horizonvervuiling noem ik dat). Met kleine bootjes worden mensen van de boot naar het eiland gebracht. Na het ontbijt vertrekken we voor een wandeling. We lopen een wandeling door het bos en komen bij een oud aquaduct midden in het oerwoud en begroeid met bromelia’s. Als we verder lopen komen we langs verscheidene strandjes, o.a. praia preta, een strandje met zwart zand. Hier zwemmen we wat en zitten we nog even op te drogen, maar lopen dan toch weer richting hotel. De zon brandt verschrikkelijk. We hebben ons wel goed ingesmeerd vanmorgen, maar voorzichtigheid is geboden. ’s Middags gaat Ton een tukje doen, Marianne gaat nog even naar het strand en ik schrijf een verslag voor het bestuur van ons bezoek aan Rio. Nu zit alles nog goed in mijn hoofd, dus daar moet ik niet te lang mee wachten. ’s Avonds lopen we naar een touroperator om een excursie per boot af te spreken en daarna eten we gezellig ergens aan het strand.

Dinsdag 30 november. Om tien uur vertrekt de boot, dus alle tijd om rustig op te staan en te ontbijten. Er is veel bewolking. Als de boot vertrekt met 12 man aan boord. Full speed varen we om het eiland heen en stoppen bij Lagoa Azul, een blauwe lagune met mooie vissen. Ze leggen de boot stil en iedereen laat zich al of niet met duikbril en snorkel in het water zakken. Het is een wondere wereld daar beneden. Eén van de bemanningsleden vindt een prachtige grote zeester, komt ermee naar boven om iedereen te laten zien. Vissen zwemmen rustig om ons heen. Sommige hebben mooie gele strepen, andere zijn zwart-wit gespikkeld en hebben vlak voor de staart ook nog een grote zwarte stip. Ook de planten, die hier en daar op de grond staan zijn prachtig en wuiven op het ritme van de golven mee. Van Lagoa Azul varen we naar Lagoa Verde, een groene lagune. Ook hier weer mooie vissen. Marianne ziet ook een zeeschildpad zwemmen. Van Lagoa Verde varen we naar een gebied waar schildpadden zitten en nu zien we allemaal wel een zeeschildpad zwemmen. Ze komen regelmatig boven water om adem te halen. Het water is kristalhelder dus zie je ze aankomen en dan even het kopje boven water om adem te halen en dan gaan ze weer naar beneden. We zwemmen weer wat en vertrekken dan naar een eiland waar we zullen lunchen. Onderweg er naartoe wordt de bestelling al opgenomen en per telefoon doorgegeven. Met z’n drietjes genieten we van twee schalen met garnalen en wat sla op een prachtig strandje. We zijn de enige gasten, dus heerlijk rustig en geen herrie van schreeuwende muziek. Paradijselijk. Maar ook hier komt een einde aan en we varen naar een ander strandje, zonder horeca, maar prachtig. We liggen wat, lezen wat en genieten van al dat moois tot de tijd van gaan weer is gekomen. Dan varen we terug naar het dorp. In het hotel gaan we onder de douche om het zoute water van ons af te spoelen en we spoelen de zwemkleding uit. We kunnen ze drogen achter op een plaatsje waar waslijnen zijn onder een afdak. ’s Avonds eten we weer op het strand bij een ander restaurantje dan gisteren onder een enorme ficus. We zitten nog maar net of de elektriciteit valt uit. Overal staan kaarsjes op tafel, dus dat is geen probleem, het maakt het alleen maar gezelliger. We eten weer heerlijk en als we teruglopen naar het hotel is er nog steeds geen stroom. Hier en daar horen we het geronk van een noodaggregaat. In ons hotel hebben ze geen noodaggregaat, dus zullen we het vannacht zonder ventilator en airco moeten doen. Het is niet anders.

Woensdag 1 december. We moeten vroeg op, want onze boot naar het vaste land vertrekt om negen uur. Er is nog steeds geen stroom. We gaan weer met de catamaran, want die is sneller dan het normale veer en we hebben nog een lange rit te gaan richting São Paulo. Eenmaal aan de overkant halen we de auto op, brengen Marianne naar de Rodoviária (busterminal), nemen afscheid en rijden dan naar São Paulo. We vinden zonder problemen de Anhanguera, de weg naar Campinas en Holambra. In Cajamar, even buiten São Paulo, willen we nog een bezoek brengen aan een project. In de hoop in Cajamar een hotel te vinden rijden we daar naartoe, maar helaas heeft Cajamar geen hotel en het project kunnen we niet zo gauw vinden. We rijden dus maar door naar Jundiaí. De stad is enorm gegroeid in die twintig jaar dat we er niet geweest zijn. Er zijn legio hotels, maar ze zijn allemaal vol. Uiteindelijk vinden we middenin de stad een erg simpel hotel, maar het lijkt schoon, dus doen we dat maar. We zijn net ingeschreven of er klinkt heel harde muziek. We gaan naar buiten en daar blijkt dat de muziek uit de kerk komt, waar ze aan het repeteren zijn voor een concert dat die avond gegeven zal worden. Buiten op het plein hangen allemaal speakerboxen, zo ook voor ons slaapkamerraam, waar geen glas inzit. We drinken wat op een terrasje en bekijken de boel eens. Overal lopen mensen rode strikjes en condooms uit te delen in verband met wereldaidsdag. Het is een drukte van belang, maar wel gezellig. We eten ergens wat en gaan terug naar het hotel. Gelukkig duurt het concert niet lang meer en kunnen we gaan slapen. Regelmatig worden we wel wakker door knetterende motoren, lawaai van stellingen die afgebroken worden en uiteindelijk komt ook de vuilnisman nog langs. Maar goed, tussen alles door hebben we toch nog redelijk geslapen.

Donderdag 2 december. We staan vroeg op, want het ontbijt is maar tot 8.30 uur. Om negen uur zitten we dus weer in de auto richting Cajamar. Eenmaal daar aangekomen vragen we de weg en gelukkig kent men Sítio Agar en worden we goed de weg gewezen. In Sítio Agar worden met HIV besmette kinderen opgevangen. In eerste instantie werden de kinderen die binnenkwamen begeleid tot ze dood gingen. Inmiddels met de verbeterde medicatie, cocktails, blijven de kinderen leven en worden ze er ook voorbereid op een zelfstandig leven. Om even voor tien uur komen we bij Antoon van Noije aan. We hebben een heel gesprek met hem en we lopen het project door. Alles ziet er fantastisch uit. De kinderen, behalve een paar kleintjes (de jongste is acht maanden oud) zijn allemaal naar school en ondertussen wordt alles goed schoon gemaakt. Tussen de middag eten we met Antoon in het personeelsrestaurant de traditionele rijst met bonen, vlees en groente. Een prima maal. Na het eten vertrekken we richting Holambra. Er is een nieuwe randweg om Campinas gekomen, dus hoeven we Campinas niet meer door te rijden. Geen van beiden hebben we behoefte om er weer eens te gaan kijken. Het is inmiddels twintig jaar geleden dat we er woonden. Negen jaar geleden zijn we er nog eens wezen kijken, maar vonden veel veranderd en hoeven niet zo nodig nog een keer te gaan kijken.  We nemen dus de randweg en rijden meteen door naar Holambra, waar we een hotel zoeken. Even buiten Holambra vinden we een leuk hotel met zwembad, we willen nog even luieren voor we maandag terugvliegen naar Nederland en de kou. We nemen contact op met vrienden hier in Holambra en spreken af dat we hen morgenmiddag zullen opzoeken. ’s Middags gaan we lekker nog even zwemmen en lezen we nog wat op ligbanken bij het zwembad tot we naar onze kamer gejaagd worden door de ons bekende dagelijkse onweer- en plensbui.’s Avonds eten we ergens op Holambra en kijken naar bliksem en het bijbehorende watergordijn dat dan weer voorbijtrekt. Eenmaal terug op onze kamer halen we nog even mailtjes binnen, dat is al een paar dagen onmogelijk geweest.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 

 
Bolivia 5; van Sajama (2) naar La Paz PDF Print E-mail

Bolivia 5; van Sajama (2) naar La Paz

Vervolg woensdag 17 november. Gelukkig is er na de grens met Bolivia in Tambo Quemado een tankstation en als we vol getankt zijn vervolgen we onze weg richting Sajama. Op de heenweg hebben we daar in Tomarapi twee leuke dagen gehad en de natuur is er schitterend, dus hebben we besloten om daar weer de nacht door te brengen. Als we komen aanrijden worden we gelijk herkend en vrolijk welkom geheten. De omgeving ziet er nu wel heel anders uit dan een aantal weken geleden. Nu is het prachtig weer, al waait het wel erg hard. Dat doet het hier op deze hoogte altijd, geloof ik. Alleen ’s morgens is het rustig maar halverwege de dag gaat het hard waaien. Vorige keer was het somber weer, hagelde het af en toe en de volgende ochtend lag er sneeuw. Nu hebben we vanmiddag nog even in het zonnetje kunnen zitten, maar zodra de zon weg is, is het koud. Logisch op ruim 4200 m. hoogte. Zelfs op deze hoogte groeit er nog een bepaald soort bomen, de kenoa (queñua?), die alleen hier groeit. In het hotel werkt een leuke jonge vrouw, die o.a. de bediening doet. Als ze tafel komt dekken terwijl ik nog bezig ben met de computer zie ik haar schuin kijken. Ik laat haar de foto’s zien, die we de eerste keer dat we daar met z’n zessen waren, hebben gemaakt. Daar zit o.a. een foto bij, die Josée gemaakt heeft, van een vrouw die een kudde alpaca’s hoedt en ondertussen loopt of zit te breien. Ze wilde niet met haar gezicht op de foto, zoals de meeste vrouwen hier, maar Josée had haar breiende handen gefotografeerd. Direct riep ze: “Dat is mijn moeder.”  Alleen door het zien van de handen herkende ze haar moeder. Geweldig vind ik dat. We krijgen ’s avonds weer een heerlijk maal voorgezet. Om te beginnen een heerlijke, maar wel grote bak soep. Vervolgens twee stokjes met stukjes alpacavlees, ui en paprika met gebakken aardappeltjes. Het smaakte weer prima. Als toetje een halve perzik uit blik en een kop koffie. Als we aan de koffie zitten komt er plotseling hoog bezoek binnen; de burgemeester met haar zoon. Ze komt ons heel vriendelijk groeten en gaat vervolgens zitten. Ze is heel traditioneel gekleed en ook haar zoon ziet er prachtig uit. Later op bed heb ik spijt dat ik geen poging heb ondernomen om te vragen of ze op de foto wilde. Daar heb ik dan echter niks meer aan. Het was weer een mooie dag.   

Donderdag 18 november.  Vanuit Sajama volgen we de geasfalteerde weg naar La Paz. Er is niet zoveel te zien, maar het schiet wel lekker op. We willen zoveel mogelijk buiten de stad om naar het Titikakameer rijden. Het verkeer rond La Paz is verschrikkelijk. Het is een complete chaos van stinkende, roetblazende auto’s, bussen, minibusjes (of  ‘’micro’s’’) en vrachtwagens. Vooral de minibusjes, waarvan er vele duizenden rondrijden, veroorzaken een gigantische chaos. De minibusjes rijden naar bepaalde wijken/ straten. Haltes zijn er niet, ze stoppen waar iemand maar z’n hand opsteekt. Ze rijden soms drie rijen dik en stoppen dan ook drie rijen dik. Strepen staan er niet op de weg en waar je normaal gesproken met drie auto’s naast elkaar zou rijden, rijden ze hier met vier auto’s naast elkaar. Het is soms millimeterwerk. We zoeken de weg naar het Titikakameer, maar nergens is een bord te bekennen. We weten ongeveer de richting maar daar houdt het dan ook mee op. Op een gegeven moment komen we bij een tolstation voor de weg naar beneden, naar het centrum van de stad. La Paz ligt namelijk in een grote kom. We zijn dus verkeerd en moeten omdraaien. Tussen de banen staan autobanden als afzetting, maar op een geven moment zien we een opening. We draaien rustig om, komen weer bij het tolstation, betalen weer tol en worden even later aangehouden door een politieagent, die ons heeft zien draaien. Hij dreigt met een bekeuring, maar als Ton de situatie uitlegt, mogen we toch door en we moeten rechtsaf. We blijken toch weer verkeerd gereden te zijn. Eén afslag hebben we niet gezien, waarschijnlijk stonden er busjes voor. We zien op een geven moment het vliegveld liggen en besluiten daar omheen te rijden om uit de drukte te komen. In één van de voorsteden vragen we op een kruispunt weer de weg aan een agent, die er alle tijd voor neemt. Hij wil weten waar we vandaan komen, hoeveel huur de auto per dag kost en waar we allemaal geweest zijn. Het verkeer laat hij voor wat het is. Getoeter alom, maar het kan hem niet schelen. Uiteindelijk zegt hij hoe we rijden moeten en vinden we de weg naar het Titikakameer. De afstand valt ons wat tegen en doordat we door allerlei kleine dorpjes langs het meer moeten schieten we niet echt op. Op een gegeven moment komen we bij een veer. We moeten oversteken om naar Copacabana te komen. Er liggen grote, platte, houten boten, waar twee auto’s of een bus op kunnen.  We rijden er op en aangezien er geen tweede auto in de buurt is, gaan we van wal. Er is wat deining en de boot schommelt aardig. Het rare is, dat hij al torderend schommelt. Je wiebelt alle kanten op. De boot vaart op een buitenboordmotortje en de overtocht duurt best wel lang voor de af te leggen afstand. Gelukkig komen we goed aan de overkant aan en we rijden het eiland op naar het stadje Copacabana.  We vinden gelukkig gauw een hotel, campings zijn er niet en een plaats om wild te kamperen is ook niet te vinden. ’s Avonds eten we een lekker maaltje in een naastgelegen hostal, waar het erg gezellig is. Morgen willen een beetje rondkijken in het stadje en dan weer richting La Paz.

Vrijdag 19 november. We bekijken ’s morgens de kathedraal, een marktje en de haven. Aan deze kant van het meer zijn geen drijvende rieteilanden, dan moet je naar Peru. Wel zien we een boot, die van riet is gemaakt. Dit keer hebben we een iets solidere pont en de golfslag is anders dan gisteren. Het voelt een stuk beter. We duiken in La Paz de chaos weer in en vinden zonder problemen de weg naar beneden en Ton weet dat we zuidoost moeten rijden. We rijden wel een paar keer verkeerd, maar dat kan Ton gauw corrigeren. Om 15.30 uur komen we aan bij Hotel Oberland. Ton heeft daar vier jaar geleden ook met zwager Kees overnacht. Even lijkt het erop, dat alles vol zit, maar met wat schuiven hebben ze toch een kamer voor vijf nachten. Het is een hotel met kamers en huisjes. We krijgen één van de  bovenste huisjes. Leuk, maar een hele klim op deze hoogte (3300 m) met zware koffers. We nemen dus alleen onze rugzakken mee en spreken af dat we iedere keer dat we naar beneden gaan iets meenemen. ’s Avonds eten we lekker. Ton eet een lamabiefstuk en ik een vis uit het Amazonegebied, pacú. Na de maaltijd halen we weer wat op en lopen naar ons chaletje. Morgen gaan we de auto uitmesten.

Zaterdag 20 november. We staan rustig op en genieten van een heerlijk ontbijt met vers fruit, lekker brood en een eitje. Daarna hebben we voldoende energie om aan de slag te gaan. De slaapzak gaat in de zak, de slaapmatjes oprollen en alles uitzoeken. We lopen zo’n vier keer op en neer. We pakken één koffer met alle spullen die we niet meer nodig hebben voor we uit Brazilië weggaan, zoals de bedjes, slaapzak, tent en thermo-ondergoed. Hopelijk kunnen we op São Paulo Airport een kluisje huren om die ene zware koffer in op te slaan, zodat we die niet steeds mee hoeven te zeulen. ´s Middags schrijven we de website over Chili af en zoeken we de foto´s daarvoor uit. Gelukkig blijft er dan nog wat tijd om te lezen. ’s Avonds eten we in het hotel, het eten is er prima.

Zondag 21 november. Echt een luie dag. We scharrelen wat rond in de tuin rond het hotel, lezen wat en maken een puzzeltje. Verder niet veel te melden.

Maandag 22 november. Na het ontbijt gaan we met een taxi de stad in. De weg vinden en ook parkeren is een ramp en de taxi kost niet veel. Van het hotel, dat buiten de stad ligt, naar het centrum van La Paz kost € 4,-, dus daar doen we niet moeilijk over. Gezien het feit dat de auto één op vijf rijdt en je een parkeerplaats moet betalen, ben je even duur uit. We moeten naar het kantoor van Aerosur, de vliegmaatschappij waarmee we donderdag naar São Paulo vliegen, om onze vlucht te herbevestigen. De taxi zet ons voor de deur af. Als we daar klaar zijn lopen we naar het  Museo Nacional de Arqueología, maar dat blijkt dicht te zijn, dit in tegenstelling tot wat er in de gids staat.  In de verte klinken enorme knallen. Als we naar één van de hoofdstraten lopen is er een demonstratie aan de gang. Men protesteert tegen de verhoging van de prijzen van vlees, melk en suiker. Voorop loopt een man met een stok in de lucht te zwaaien en af en toe komen daar een paar verschrikkelijke knallen uit. We slenteren door de stad, bezoeken de Iglėsia de San Francisco en het aangrenzende museum. Helaas mogen er binnen geen foto’s worden gemaakt, en de kaarten, die te koop zijn, zijn niet om aan te zien. Na een lichte lunch zijn we verder gelopen naar de Mercado de Hechicería of wel de heksenmarkt. Er wordt van alles verkocht voor de toeristen, maar er zijn ook allerlei winkeltjes waar lappen stof worden verkocht voor de typische Boliviaanse rokken, maar ook spijkers en schroefjes, werkelijk van alles en nog wat. Maar waarom het eigenlijk heksenmarkt wordt genoemd is het feit dat er ook allerlei vreemde kruiderijen worden verkocht voor allerlei ziekten en om de goede of slechte invloed van geesten uit de Aymaráwereld af te roepen. Ook worden er gedroogde foetussen van lama’s verkocht. Als je een nieuw huis bouwt dan moet je zo’n foetus begraven naast de hoeksteen als offer aan Pachamama (moeder aarde) opdat er geluk zal heersen in je huis. De straatjes lopen steil omhoog en, ook al went de hoogte wel wat, we lopen toch aardig te puffen. Op een geven moment hebben we het wel gezien en nemen we een taxi naar het hotel. ’s Avonds eten we weer lekker en willen lekker gaan slapen, maar daar wordt door de buurt een stokje voor gestoken. Er is blijkbaar ergens een feestje aan de gang en de speakerboxen staan op volle sterkte. Uiteindelijk, even na twaalven, lijkt het feest voorbij, maar om één uur gaan ze vrolijk opnieuw beginnen. Gelukkig wordt er blijkbaar een stokje voor gestoken, want na een kwartier houdt het echt op en kan ik (Ton slaapt al lang) gaan slapen.

Dinsdag 23 november. Na het ontbijt gaan we de auto wegbrengen. Van Aldo, de verhuurder, hebben we de coördinaten van de garage gekregen. Van zwager Kees hadden we een Google routebeschrijving gekregen, maar het probleem is dat straatnaamborden hier zeer dun gezaaid zijn, dus daar kwamen we niet zo ver mee. Aan de hand van de coördinaten reden we rechtstreeks naar de garage. Daar waren we een paar uur zoet, want de schade aan de auto van het ongeluk moest getaxeerd worden en de rekening moest opgemaakt worden. Ook hebben we gepraat over onze reis en wat foto’s laten zien. Toen we in het hotel terug waren hebben we geluncht en verder niet meer zoveel gedaan. De was is teruggebracht, maar dat is werk voor morgen. ’s Avonds eten we weer in het restaurant, het is er gezellig en het eten is lekker. In de buurt hier is niets en als we naar de stad willen om te gaan eten, moeten we weer een taxi nemen, dus blijven we gewoon simpel hier.

Woensdag 24 november. De ochtend hebben we gebruikt om onze bagage te reorganiseren en de was op te ruimen. We hebben één grote tas, waar spullen inzitten, die we niet meer nodig hebben. Hopelijk hebben ze op de luchthaven van São Paulo een plaats waar je bagage op kan slaan dan hoeven we niet de hele tijd met die zware tas te zeulen. De tweede tas is gevuld met spullen die we nog nodig hebben. Na de lunch hebben we nog wat zitten lezen. Het weer is niet geweldig, een mager zonnetje, een matige temperatuur en een harde wind. Vanavond zullen we de bagage alvast naar beneden brengen naar het hokje van de waker, want de taxi zal ons om vier uur al ophalen en we willen niet het hele hotel wakker maken met onze rolkoffers. Om vijf uur moeten we op de luchthaven zijn. Om zeven uur vliegen we via Santa Cruz naar São Paulo. Jammer dat de vlucht die we oorspronkelijk hadden geboekt, om 10 uur, is gecanceld.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.
 
Chili; Van San Pedro de Atacama tot Sajama PDF Print E-mail

Chili; Van San Pedro de Atacama tot Sajama

Vervolg 12 november. ’s Avonds gaan we in San Pedro de Atacama wat eten. Ton zoekt eerst naar een restaurant waar hij met Kees heeft gegeten, maar dat bestaat niet meer. Er zijn legio restaurantjes, dus we kiezen er één uit waar gezellig een groot vuur brandt in een haard middenin het restaurant. We bestellen lomo in de veronderstelling dat we een lekkere biefstuk krijgen. Er wordt een tapenade gebracht en een schoteltje met boter. Voordat het bijbehorende brood wordt gebracht staat de maaltijd al op tafel. We zitten net 10 minuten aan tafel. We schuiven de tapenade en de boter maar weg. Het vlees is draadjesvlees, niks geen lekkere biefstuk en er ligt een hele berg aardappelpuree bij. De smaak is goed dus eten we braaf ons bordje (bijna) leeg. De wijn is ook laat gebracht, dus na de maaltijd genieten we daar nog even van. Op de koffie moeten we dan weer heel lang wachten. Morgen gaan we hier dus niet naar terug. We zijn dus weer snel terug in het hotel. Het is flink afgekoeld, dus we gaan in onze kamer lekker nog wat lezen.

Zaterdag 13 november. Vandaag blijven we nog in San Pedro de Atacama. Nadat we rustig hebben ontbeten brengen we was weg naar een lavanderia aan de overkant van de straat. We slenteren wat door het dorpscentrum en gaan nog een keer geld halen. Gisteren was maar een beperkt bedrag mogelijk en het gaat hier met duizenden tegelijk, want 1 dollar is ongeveer 500 Chileense pesos. We houden vandaag een rustdag. We zoeken de foto’s voor de website uit, verzenden ze, schrijven wat e-mails en bekijken de route voor morgen. Verder lezen we nog wat. We zijn toch wel moe van alle indrukken, die we hier opdoen. Dit is een dag om alles eens te verwerken. ’s Middags nemen we een lichte lunch in het dorp en bezoeken we het archeologisch museum. Om acht uur ’s avonds halen we de was weer op en gaan we het dorp weer in. We zitten in een tuin waar twee grote vuren branden. Er staat leuke, Braziliaanse muziek op en dat spreekt ons uiteraard wel aan. Het eten is prima, dus wat willen we nog meer. Terug in het hotel gaan we naar bed. Morgen willen we weer door.

Zondag 14 november. Even buiten San Pedro de Atacama ligt een nationaal park, Valle de la Luna. We rijden daar doorheen. Het is een prachtig landschap van kale bergen, zandduinen, rotsen en rotsformaties. We wandelen een stukje door een canyon. Af en toe kruip-door-sluip-door. Het pad eindigt in een grot, waar je doorheen moet lopen en omdat we onze hoofdlampjes niet hebben meegenomen, gaan we dus maar terug. Verderop is een zoutmijn, waar we ook nog een kijkje nemen. Na dit mooie gebied komen we helaas in een gebied waar veel mijnbouw plaats vindt. Veel stof en puinhopen. We zien nog wel petroglyfen onderweg. Even buiten Chuquicamata vinden we een mooi plekje om de auto neer te zetten voor de nacht. Campings zijn in geen velden of wegen te bekennen, dus een eindje van de weg af stellen we ons min of meer verdekt op. We eten soep met brood en liggen om acht uur op bed, waar we lekker warm liggen en nog tot tien uur lezen.

Maandag 15 november. ’s Morgens worden we om 8 uur wakker van de zon die dan boven de bergen uitkomt. Na het ontbijt vertrekken we weer richting noorden. Onderweg zien we weer geoglyfen, gemaakt tussen 500 voor Christus en 1400 na Christus. Rond twaalf uur zijn we bij Quillagua, volgens het South American Handbook de droogste plek ter wereld. Er is wel een oase, waar we trachten benzine en brood te kopen. Beide mislukken. Als we het dorp weer uitrijden is er een douanepost omdat we een andere regio in gaan rijden. Ton meldt zich met zijn paperassen, komt even later terug en zoekt Nederlands geld; de douanebeambte wil graag wat Nederlandse munten hebben. Ton brengt ze en we mogen binnen tien minuten doorrijden. ’s Middags bezoeken we Cerro Pintado in P.N. Pampa del Tamarugal. We rijden door een vruchtbaar dal, waar een riviertje door stroomt. Er worden maïs en tomaten verbouwd. Ook hier zien we weer geoglyfen. Halverwege de middag zien we een camping, maar die blijkt verwaarloosd en is gesloten. We worden doorverwezen naar een camping een kilometer verderop. We komen daar aan, maar het hek is gesloten. Als Ton op verkenning gaat, komt er een man uit een huisje, die vertelt dat de camping eigenlijk alleen voor gemeenteambtenaren is bedoeld, maar we mogen er wel voor een nacht staan. Hij wijst ons een plaats aan naast het lege zwembad en laat ons het toilet en de douche zien. Nou, douchen doen we maar even niet. Het toilet is redelijk schoon. ’s Avonds eten we spaghetti en als we net zitten te eten komt de man een praatje maken. Hij wil geen spaghetti en geen wijn. Hij weet aardig wat van Europa en van Nederland en wil zijn kennis duidelijk even spuien. Na een klein uurtje vertrekt hij weer en gaan wij naar bed.

Dinsdag 16 november. Nadat we de beheerder bedankt hebben (hij wil geen geld zien) doen we wat boodschappen in Pozo Almonte. We gaan vandaag afzakken tot aan Arica en dat ligt aan zee en volgens ons boek moet er daar een camping zijn. We rijden door een bizar landschap. Alleen maar zand en hele kale rotsen. Op een geven moment zien we een enorme stofwolk en dat blijkt het leger te veroorzaken. Ze rijden met hoge snelheid met tanks door de woestijn; het lijkt wel of ze een wedstrijdje aan het doen zijn. Over een groot gebied hangt een enorme stofwolk. Bij Cerro Unitas bezoeken we weer een gebied met mooie geoglyfen, El Gigante de Atacama en Ex Aura, een zon met 24 stralen. In Arica kunnen we de aangegeven camping niet vinden, dus belanden we weer in een hotel. We zitten aan de kust en willen een visje eten, maar een heleboel restaurants zijn gesloten, dus dat lukt niet, maar we vinden toch wat te eten, een hamburger. De eerste van de reis dus vooruit maar.

Woensdag 17 november. Voor we de stad uitrijden kopen we broodjes en kopen we benzine. Het is maar zes liter, maar we willen met een geheel gevulde tank de Andes weer in om zo’n 4000 m te stijgen. We weten niet precies waar we weer kunnen tanken. We rijden weer eens langs een spoorlijn. Gedurende onze reis hebben we al duizenden kilometers langs een spoorlijn gereden en we hebben in totaal twee treinen gezien; één rijdende locomotief met drie wagonnetjes en een wat langere trein die bij een mijn stilstond. Veel rails wordt niet meer gebruikt, is ondermijnd doordat het zand er onderuit is gewaaid of de bielzen zijn als brandhout gebruikt. We picknicken op 4500 meter hoogte in P.N. Lauca, omgeven door prachtige vulkanen van 6000 m. en hoger, waarvan sommige bedekt zijn met een ijskap. Eén vulkaan rookt een beetje. Aan onze voeten is een meer met flamingo’s. De Andes is schitterend!!!!!  Als ik heel wat plaatjes heb geschoten en Ton een praatje maakt met een parkwachter, zie ik een Boliviaanse vrouw, die een kraampje heeft met zelfgemaakte spullen, waaronder mutsen, shawls, handschoenen en truien. Het is prachtig gebreid en van alpacawol gemaakt. Ik koop een trui en een omslagdoek. Wassen met shampoo en niet met zeeppoeder, is het advies. Vrouw blij, ik blij. Ton minder, hoe moet dat allemaal mee straks in het vliegtuig. We rijden door tot aan de grenskantoren van Chili. Daar zijn we om twee uur. We mogen zo doorrijden, want alle controles vinden plaats bij de Boliviaanse kantoren, 20 km verder. Om half drie zijn we daar en Ton is een uur bezig om alles geregeld te krijgen. Voor het eerst willen ze zowaar mijn gezicht ook zien en moet ik een formulier tekenen. Willekeur troef dus. Gelukkig is er na de grens in Tambo Quemado een tankstation en als we vol zijn vervolgen we onze weg richting Sajama.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
Argentinie 2; van Cordoba tot Chili PDF Print E-mail

Argentinië 2; van Córdoba tot Chili

Donderdag 4 november.

We schrikken om 9 uur wakker. De kamer is nogal donker en we hadden geen wekker gezet. Het regent een beetje als we de stad in gaan. We bekijken wat kerken, lunchen en kopen een nieuwe reistas. De oude was op de heenreis al kapot gegaan.

’s Middags lezen we wat in de hotelkamer. Het weer is opgeklaard en om 6 uur ’s avonds gaan we weer de stad in om op een terras te eten.Het was een beetje een luie dag maar dat hadden we even nodig.

Vrijdag 5 november.

Na het ontbijt hebben we wat boodschappen gedaan en benzine getankt. Om elf uur rijden we de stad uit op weg naar Alta Grácia. Daar bezoeken we een oude Estáncia van de Jezuïeten. Onze conclusie na het zien van de kerk en de woonvertrekken: ze hadden het niet slecht daar.

Het was weer een hele puzzel om de stad uit te komen, maar uiteindelijk vinden we de route naar ons volgende doel; Mina Clavero.

We rijden door een schitterend landschap met bergketens, de zgn. sierra’s, aan weerszijden. Het is een gebied waar de condors moeten huizen, maar in eerste instantie zien we er geen één. Net als we het gebied uit rijden zien we de eerste condor. Even later drie, waarschijnlijk een paartje met een jong. Als we weer instappen en nog eens om ons heen kijken zien we er negen in de lucht cirkelen.

Een prachtig gezicht. Het is wel moeilijk om ze te fotograferen.

Voor we in Mina Clavero zijn, zien we een camping. We installeren ons, ruimen de nieuwe reistas in. De oude tas vullen we voorlopig met thermokleding en andere zaken, die we voorlopig niet nodig hebben en we zetten de tas op het imperiaal van de auto geplaatst. De tas was nogal zwaar en iedere avond dat we in de auto slapen, moet die verhuizen van de achterbak van de auto naar de voorstoel. Nu wordt dat wat makkelijker.

We zijn de enige gasten op de camping. Ik kook zelf want in geen velden of wegen is een restaurant te bekennen, zitten nog lekker even buiten en gaan dan lekker slapen.

Zaterdag 6 november.

We rijden weer een prachtige route en zien spierwitte vogeltjes met zwarte randjes langs de vleugels. Heel mooi, maar het is helaas niet gelukt ze te fotograferen.

Rond vijf uur in de middag komen we aan op een camping bij Valle de la Luna. We hebben net de auto neergezet als ik even verderop op de camping een vos zie lopen. Even later zien we er nog één. Ook hier zijn we de enige kampeerders. We vinden het allemaal prima. Als we in het restaurant gegeten hebben en we komen bij de auto terug, zien we twee mara’s lopen, een groot soort knaagdier. Gelukkig lukt het goed om ze te fotograferen, evenals de vossen, die ook nog acte de presence geven. Op tijd naar bed, want morgen willen we een rit maken door de Valle de la Luna, waar prachtige rotsformaties te zien zijn. We mogen daar alleen heen met een gids in de auto en dat is een probleem, want onze auto heeft maar twee zitplaatsen. Maar dat zien we morgen dan wel weer. Als we naar bed gaan lopen de vossen nog steeds rond.

Zondag 7 november.

We zijn alweer vroeg wakker. Als we net ontbeten hebben komen de eerste touringcars vol met mensen uit de omgeving, die een dagje uit gaan, binnenrijden.

Afgezien van het probleem met de gids besluiten we de Valle de la Luna te laten voor wat het is. We hebben geen zin om in de stofwolken van anderen door het park te rijden.

We rijden naar een andere bezienswaardigheid daar in de buurt, waar ook prachtige rotsformaties in diverse kleuren te zien zijn, het P.N. Talampaya. Onderweg zien we nog een soort hoenderachtigen met een kuifje.

We stoppen bij een touroperator die met minibusjes naar de mooi gekleurde bergen gaat. We zijn daar de enigen, spreken een tour af van drie uur en staan op punt te vertrekken als er een busje stopt met iets van vijf mensen en een gids. Ze komen binnen zonder te groeten. Zij willen ook een tour maken, maar een andere dan wij willen en ze vinden dat wij ons dus maar aan hen moeten aanpassen. Het zijn Russen, die denken dat ze de hele wereld kunnen regeren. Ton steigert en zegt dat hij dat niet van plan is. Dan willen de Russen dat we de twee tours combineren, dan hebben we allemaal wat we willen. Ze vergeten dat we dan een excursie hebben van zeven uur en daar hebben wij helemaal geen zin in. Uiteindelijk besluit de touroperator een tweede minibusje te laten komen, wat een half uur zal duren en waarop de Russen dan even moeten wachten. Boos lopen ze weg. Wij gaan dus samen met de gids de excursie doen. Onderweg zien we weer mara’s, maar ze zien er anders uit dan die we gisteren op de camping zagen. De gids legt uit dat we gisteren mannetjes hebben gezien en nu vrouwtjes. We zien ook nog twee ñandu’s, een klein soort struisvogels, en guanaco’s (horen tot dezelfde familie als de lama’s).

We zien het natuurgeweld veroorzaakt door het schuiven van de tectonische aardplaten, hele rotswanden die loodrecht omhoog zijn gedrukt. Allerlei kleuren veroorzaakt door oxiden van metalen, zouten etc.

Het is erg warm. Als we terugkomen bij de auto is het 45º C. Aan het eind van de middag komen we aan in Chilecito. Kamperen zagen we gezien de hitte niet zo zitten. In het ACA (soort Argentijnse ANWB) hotel krijgen we een heerlijke koele kamer dankzij de airco. Als we ’s avonds om half acht gaan eten is het in de stad nog steeds 37 ºC.

Maandag 8 november.

Als we ’s morgens buiten komen, blijkt dat ze daar ook de airco hebben aangezet. Het is maar 14 ºC. Voor we de stad uitgaan proberen we te tanken, maar er is geen elektriciteit, dus dat lukt niet. Aan de andere kant van de stad hebben ze gelukkig geen probleem dus daar lukt het wel. De weg vinden is vaak moeizaam, ook met plattegrond. Soms zijn er straatnaambordjes, maar staat er nota bene een vraagteken op. Uiteindelijk vinden we de weg die we moeten hebben.

Er hangt een dikke nevel van mist en veel stof. Het zicht op de weg is goed, maar van de omgeving zien we niet veel. Vandaar wel een saaie dag. De temperatuur komt niet boven de 20 ºC en we vinden het prima. Aan het einde van de middag trekt de mist op en komt de zon weer te voorschijn. Direct loopt de thermometer weer op tot 37 ºC, maar altijd nog beter dan gisteren.

We vinden een camping in Santa Maria, een leuke camping. Geen douches, maar wel een zwembad. Voor ik mijn badpak aantrek ga ik maar eens even kijken en de conclusie is: dan maar niet. Er drijft van alles in het water, dode mieren, wespen en  vliegen en het water is ook nog eens niet helder. Maar ja, de (gemeente)camping is dan ook gratis….

We zijn moe en liggen dus weer op tijd op bed, lezen nog wat, maar al gauw vallen de ogen dicht.

Dinsdag 9 november.

Ton is jarig. We willen er een gezellige dag van maken met een gezellig etentje in de avond.

Het werd echter een rampdag. Nadat we broodjes gekocht hadden gingen we op pad op de Ruta 40. De weg is niet geasfalteerd, wel heel breed, maar alleen steenslag ofwel ripio. Zelfs op zo’n weg wordt nog gewerkt en op een gegeven moment staan er tonnen op de weg met daar tussen rood-wit lint. Aan de rechterkant is er geen lint en zo te zien wordt er doorgereden. Ton rijdt ook door, maar ik heb het bord desvio, omleiding, gezien en zeg dat tegen Ton. Hij zet de auto stil. Er is verder geen verkeer. We overleggen, wat te doen. Op goed geluk doorrijden of toch maar de desvio, die naast de weg loopt, nemen. We besluiten het laatste en Ton wil keren. Hij kijkt achterom en begint om te draaien. Ineens een enorme klap en we zien een man door de lucht vliegen en op de straat smakken. Ik vlieg de auto uit naar de man toe, die eerst doodstil blijft liggen. Hij bloedt uit neus en mond. Dan begint hij te kreunen en probeert op te staan. Gelukkig komt er even later een auto aan. Ik vraag de man in de auto een ambulance te bellen en de politie. De man is goed aanspreekbaar. We pakken een stoel uit onze auto en zetten hem daarop. Hij haalt zijn mobieltje uit zijn zak en belt familie. Af en toe staat hij op en kijkt bezorgd naar zijn kapotte motor. Uiteindelijk anderhalf uur later komt de ambulance en de politie en wordt de man afgevoerd. Wij vertellen wat er is gebeurd. De man is om de afzetting heen gereden, net als wij, en is met grote snelheid achter onze auto vandaan gekomen, waardoor Ton de man niet heeft zien aankomen. Hij heeft ook niet eens geremd. Wij moeten mee naar het politiebureau. De politieagente was met de ambulance meegereden en moest met ons mee terug rijden. Ik ben dus maar languit achterin de auto gaan liggen zodat de agente voorin kon zitten. Na ruim een half uur kwamen we in Colalao, waar het politiebureau is. We zitten daar eerst in een kamertje. Ik heb het koud van schrik en ellende. Ton snapt nog steeds niet hoe het heeft kunnen gebeuren. Na verloop van tijd komt één van de twee aanwezige agenten naar ons toe en hij vertelt dat een zwager van de man is aangekomen en naar een advocaat is gegaan en hij adviseert ons om akkoord te gaan met een schikking. Ton wil onze verzekering bellen, maar de agent vertelt dat dat zeker vier, vijf dagen gaat duren voordat zoiets dan officieel rond is. In het dorp is geen hotel, niets. We mogen eventueel op het politiebureau slapen, maar mogen niet het dorp uit. Ton besluit af te wachten met wat voor bedrag ze zullen komen. De motor bleek splinternieuw, het voorwiel was helemaal dubbel geklapt en het stuur gebroken. Tussen de middag kunnen we naar een restaurantje om wat te eten. We bestellen wat empanadas, maar kunnen het eigenlijk niet door onze keel krijgen en nemen ze dus maar mee naar het bureau, waar de agenten er heerlijk van eten.

Als de zwager bij de advocaat vandaan komt wordt een bedrag van 4.000 pesos, 800 euro, afgesproken voor de schade aan de motor en eventuele loonderving. Wij stellen wel als voorwaarde, dat we dan een verklaring krijgen, waarin staat dat de zaak daarmee afgehandeld is, ook met de politie. Uiteraard hebben we dat bedrag niet op zak en dus gaat Ton in gezelschap van één van de agenten naar Cafayate, de dichtstbijzijnde stad op 35 km, waar een pinautomaat is. De agent, die in Tucumán woont, was daar nog nooit geweest. Ik blijf achter op het politiebureau.

De zwager weet me intussen te vertellen dat zijn zwager een gebroken arm en neus heeft en voor observatie naar een groter ziekenhuis is gebracht, maar dat het allemaal nogal mee lijkt te vallen. Wat een opluchting en wat zijn we blij dat de man een helm op had, anders had het er veel slechter uitgezien voor hem en voor ons.

Ton komt terug met het geld en geeft het aan de zwager. Dan komt de politieman ineens met het verhaal dat er een groter bedrag was afgesproken. Na veel heen en weer gepraat blijkt dat de politieagenten ook geld wilden hebben. Ton boos en verontwaardigd waarom ze dat niet eerder hadden gezegd voor hij geld ging halen omdat hij nu dat geld niet had. Uiteindelijk heeft hij zijn portemonnaie omgekeerd en alles wat daarin zat gegeven, ca. 500 pesos terwijl ze er 1.000 hadden willen hebben. Altijd handig om je geld op diverse plaatsen te bewaren, niet alleen tegen dieven!

Al met al een aardig inzicht gekregen in de juridische praktijk van Argentinië, hoewel we dat liever niet gekregen hadden.

Bij het afscheid van de zwager kreeg ik twee dikke zoenen en alles zou wel goed komen. Hij had blijkbaar wel in de gaten, dat we erg geschrokken waren en ons grote zorgen maakten over zijn zwager.

Nadat alles geregeld was konden we om 17 uur het dorp uit op weg naar een hotel in Cafayate.

´s Avonds toch nog maar geprobeerd er een gezellige avond van te maken, hoewel het gespreksonderwerp wel erg eentonig was; hoe heeft dit kunnen gebeuren.

Woensdag 10 november.

We proberen de draad maar weer op te pakken. Het valt niet mee. Iedere keer gaan de gedachten toch weer terug naar gisteren.

We moeten weer op zoek naar een garage. Al enkele dagen hangt er steeds een benzinelucht in de auto en dat wordt steeds erger, dus daar moet naar gekeken worden. De aansluiting van een benzineslangetje aan de carburateur lekt. Dit wordt verholpen door het aandraaien van een boutje, maar er moet ook een nieuw filtertje in en dat heeft hij niet in huis. Hij vertrekt naar een collega en is even later terug met het filtertje, plaatst het en we rijden weer. De auto stottert nu alleen, maar we rijden maar door in de hoop dat het overgaat. Het landschap waar we doorheen rijden is weer prachtig, maar er echt van genieten is nog moeilijk. We zijn de wasbordwegen van Ruta 40 zat en besluiten via Salta te rijden. We overnachten in Salta in hetzelfde hotel als op de heenweg en eten ook in dezelfde tent als de vorige keer. Om 23 uur doodmoe van alles naar bed.

Donderdag 11 november.

Weer op zoek naar een garage. De vrouw in het hotel heeft ons een garage aanbevolen. Er wordt gekeken en er blijkt iets met de vacuumvervroeging van de ontsteking te zijn. Er wordt een tijdelijke oplossing aangebracht en we gaan weer. Op naar Chili. We moeten een hoge pas over van 4200 meter hoogte. Op deze hoogte rijdt de auto ook weer redelijk goed. Na de pas komen we op een hoogvlakte en we rijden langs de Salinas Grandes, een zoutvlakte, op 3440 meter. Het is een prachtig vulkanisch gebied. De bergen hebben allerlei kleuren. Even buiten Susques (Wisques niet gevonden) vinden we een mooi plekje om te overnachten. Er loopt een eenzaam schaap rond en die vindt het wel gezellig dat we erbij komen. Helaas is ze wel erg opdringerig, dus jagen we haar maar weg. Op deze hoogte wordt het fris zodra de zon ondergaat en we eten daarom maar een heerlijk bordje erwtensoep en liggen weer vroeg onder ons dekbed.

Vrijdag 12 november.

De bloemen staan weer op de ramen als we wakker worden en het ijs zit in de watercontainer. We blijven nog even liggen tot de zon boven de bergen uitkomt, zodat de ergste kou verdwenen is. Om 8.30 uur rijden we weg, nadat we het schaap dat even verderop met haar kop in een kartonnen doos ligt te slapen, hebben verrast met een oud stuk brood. Toch slim van zo´n schaap om met haar kop, waar geen dikke vacht op zit, in een kartonnen doos te gaan liggen, afgeschermd van de koude wind. Toeval of niet­­?

Twintig kilometer voor de grens laten we de reservetank, die op het dak ligt, leeglopen in de tank. De Argentijnen doen er moeilijk over als je hun kostbare goedkope benzine buiten de normale tank uitvoert.

Bij de grens gaat alles gelukkig prima. In 20 minuten is Ton klaar bij de Argentijnse post. De Chileense post is 120 km. verderop in San Pedro de Atama. We rijden weer door een schitterend landschap met veel vulkanen, zoutmeren en meren met flamingo´s en zien weer veel viscuñas.

We moeten weer een pas over van 4850 meter en dan om ons heen nog bergen die hoger zijn dan 6000 meter. Schitterend en gelukkig kunnen we er inmiddels ook weer van genieten.

Om 13.40 uur komen we aan bij de Chileense douane. Gelukkig gaat ook hier alles weer vlot, afgezien van het feit dat de migratieman eerst wilde lunchen. Om 14.20 uur is Ton klaar en kunnen we het dorp San Pedro de Atacama inrijden. Ton weet daar een leuk hotel, wat we na wat vragen snel vinden. Hij was hier ook 4 jaar geleden met zwager Kees.

´s Middags zijn we nog even het dorp in gegaan om geld te wisselen en te pinnen en verder de middag gebruikt om deze website te schrijven.

Direct naar bijbehorende foto's, klik hier.

 
<< Start < Prev 1 2 Next > End >>

Results 1 - 9 of 11